Behandelingen & onderzoeken

Carpale tunnelsyndroom (operatie)

Het carpale tunnelsyndroom (CTS) ontstaat door beknelling van een belangrijke zenuw in de pols. De operatie is erop gericht de druk op de zenuw weg te nemen.

Tijdens de operatie maakt de arts een snee op de overgang van de pols naar de handpalm. De behandeling vindt plaats op de polikliniek of in dagbehandeling.

Op deze pagina snel naar

Voorbereiding

Voorbereiding op uw dagbehandeling (met operatie)

Een goede voorbereiding is voor u en voor ons belangrijk. Op onze webpagina Dagbehandeling in het St. Antonius Ziekenhuis leest u hoe zich op uw dagbehandeling voorbereidt en krijgt u informatie over de gang van zaken in ons ziekenhuis.

Zwangerschap

Bent u (mogelijk) zwanger? Laat dit dan zo snel mogelijk aan ons weten.

Vervoer regelen

Na deze behandeling kunt u niet zelf naar huis rijden. Bijvoorbeeld omdat u narcose heeft gehad, medicijnen heeft gekregen of omdat u daar lichamelijk nog niet toe in staat bent. Het is daarom handig dat u vooraf regelt dat iemand u naar huis brengt na de behandeling.

Eten en drinken (nuchter zijn)

Het is noodzakelijk dat u voor de operatie een bepaalde periode niet eet of drinkt (‘nuchter’ blijft). Dit geldt als u narcose, een ruggenprik of een zenuwblokkade krijgt. Als u niet nuchter bent tijdens de ingreep, is de kans groter dat er tijdens de ingreep eten en drinken uit uw maag in uw longen terechtkomt. Dit kan leiden tot een ernstige longontsteking. Het is dus belangrijk dat u zich aan onderstaande voorschriften houdt. Als u niet nuchter bent, zullen wij er voor uw veiligheid voor kiezen om de operatie niet door te laten gaan.

Houd u aan de onderstaande voorschriften:

  • Tot 6 uren voordat u in het ziekenhuis moet zijn mag u 1 of 2 beschuitjes met jam eten.

Dit betekent dat als u zich bijvoorbeeld om 08.00 uur ’s morgens in het ziekenhuis moet melden, u vanaf 02.00 uur ’s nachts niets meer mag eten. Moet u zich bijvoorbeeld om 14.00 uur ’s middags melden, dan mag u vanaf 08.00 uur ’s morgens niets meer eten.

  • Tot 2 uren voordat u in het ziekenhuis moet zijn mag u heldere vloeistoffen drinken. Dit zijn: water, appelsap en thee ZONDER melk.

Dit betekent dat als u zich bijvoorbeeld om 08.00 uur ’s morgens in het ziekenhuis moet melden, u vanaf 06.00 uur ’s morgens niets meer mag drinken. De afgesproken medicatie mag u wel met een slokje water innemen op de dag van de operatie.

Als u al bent opgenomen in het ziekenhuis en de volgende dag wordt geopereerd, dan zullen de zorgverleners op de afdeling u laten weten vanaf hoe laat u niet meer mag eten en drinken.

Overgevoeligheid/allergie

Geef het altijd aan ons door als u overgevoelig of allergisch bent voor bepaalde medicijnen of andere stoffen, bijvoorbeeld voor jodium of pleisters. 

Bloedverdunners

Gebruikt u bloedverdunners, zoals Sintrommitis®, Marcoumar®, Ascal®, Sinaspril®, Plavix®, of Persatin®? Dan mag u die enkele dagen niet gebruiken. In overleg met uw neurochirurg wordt bepaald hoeveel dagen voor de ingreep u met deze medicijnen moet stoppen en wanneer u ze weer kunt gaan gebruiken (doorgaans 24 uur na de ingreep). Volg dit advies goed op.

Make-up

Zorg ervoor dat u geen make-up draagt (ook geen nagellak).

Kleding

  • Draag gemakkelijk zittende kleding, die u gemakkelijk aan- en uit kunt trekken.
  • Neem een schone set kleding mee voor het geval u een nachtje moet blijven en een paar warme sokken.
  • Neem stevige schoenen of pantoffels mee (om te voorkomen dat u valt).

Mijn Antonius-account aanmaken

Mijn Antonius is het beveiligde online patiëntportaal van het St. Antonius. Heeft u nog geen account? Dan is het handig als u er een aanmaakt. Op onze webpagina Mijn Antonius leest u hoe u dit eenvoudig doet. 

Mijn Antonius

In Mijn Antonius kunt u zelf 24 uur per dag, 7 dagen per week:
• afspraken maken en wijzigen;
• uw onderzoeksuitslagen bekijken;
• uw persoonsgegevens inzien en wijzigen;
• uw medicatieoverzicht inzien en medicatie of allergie toevoegen of wijzigen;
• herhaalrecepten aanvragen;
• een vraag stellen aan uw zorgverlener;
• een samenvatting van uw bezoek bekijken;
• vragenlijsten invullen ter voorbereiding op uw afspraak/behandeling.

Afzeggen

Bent u verhinderd voor de operatie? Laat het ons dan zo snel mogelijk weten.  Neem hiervoor telefonisch contact op met de Voorbereiding Opname.

Behandeling

Poliklinisch of in dagbehandeling

Poliklinisch

De operatie gebeurt meestal onder plaatselijke verdoving, op de poli. Bij een plaatselijke verdoving krijgt u een injectie in het gebied dat geopereerd wordt, zodat dit deel van het lichaam gevoelloos wordt. U blijft volledig bij bewustzijn.

Dagbehandeling

In uitzonderlijke gevallen vindt de operatie onder algehele narcose plaats. U wordt dan opgenomen op de Dagopname, en krijgt eerst een pre-operatieve screening. Bij een volledige narcose wordt u in slaap gebracht en krijgt niets mee van de operatie.

In beide gevallen gaat u dezelfde dag nog naar huis.

Verdoving (anesthesie)

Bij een operatie kunt u plaatselijk of geheel verdoofd (narcose) worden. Uw arts bespreekt met u welke vorm van verdoving in uw situatie het meest geschikt is.

Informatie over de verschillende soorten verdovingen en de gang van zaken leest u op onze webpagina Onder anesthesie.

Ingreep

  • De ingreep vindt plaats in liggende positie met uw arm opzij.
  • De assistente doet een band (tourniquet) om uw bovenarm.
  • Zodra de verdoving werkt of zodra u slaapt, wordt de band rond uw bovenarm opgeblazen. Hierdoor kan er in de 10 tot 15 minuten die de operatie duurt, geen bloed naar uw hand stromen. Dit geeft een beter zicht voor de chirurg en minder bloedverlies voor u.
  • Daarna maakt de arts een snee op de overgang van de pols naar de handpalm. De dwarse polsband wordt doorgesnede via een snee van ongeveer drie centimeter. Daardoor wordt de tunnel wijder gemaakt en krijgt de zenuw meer ruimte.
  • Als de arts klaar is met de operatie, laat de assistente de band om uw bovenarm weer leeglopen. Dit herstelt de bloedsomloop. U voelt dan een paar minuten prikkelingen in uw hand. Als u een verdoving hebt van de hele arm of een algehele narcose, dan zult u hier niets van merken.
  • Uw huid wordt met enkele eilandpleisters dichtgemaakt. Uw wond bedekken we met een drukverband rond de hand en pols. Uw vingers en duim blijven vrij en kunt u dus gewoon bewegen.
  • U krijgt pijnstillers mee naar huis.

Na de operatie

Als u poliklinisch bent geholpen

Na de operatie blijft u nog 30 minuten in de wachtkamer. Dan wordt uw hand gecontroleerd en krijgt u nog enkele instructies. Daarna mag u naar huis.

Als u in dagbehandeling bent geholpen

U blijft nog enige tijd op de Dagbehandeling. Als alles naar wens verloopt, kunt u naar huis. U krijgt enkele instructies mee.

U krijgt van ons het volgende mee naar huis:

  • Een afspraak op de poli Neurochirurgie voor het verwijderen van de eilandpleisters. De afspraak vindt plaats 13 tot 14 dagen na de operatie. In bepaalde gevallen worden andere afspraken met u gemaakt.
  • Uw huisarts krijgt bericht over de operatie.

Nazorg

Hoe gaat u om met uw arm/hand?

  • 24 uur na de operatie haalt u zelf het drukverband en de gaasjes van de wond af. De witte pleister laat u zitten tot de hechtingen worden verwijderd.
  • U kunt uw hand de eerste 24 uur slecht bewegen, maar toch is het belangrijk dat u uw vingers in deze periode regelmatig beweegt, alsof u pianospeelt in de lucht.
  • Het is belangrijk dat u geen mitella (draagdoek) of sling draagt. Hierdoor kunt u een stijve schouder krijgen.
  • U moet uw arm de eerste 24 uur wat hoger houden. Daardoor blijft u uw schouder beter gebruiken en voorkomt u dat die stijf wordt.
  • Na de eerste 24 uur, als het verband en de gaasjes verwijderd zijn, moet u proberen de hand steeds meer te gebruiken.
  • Het is belangrijk dat de pleister droog blijft. U kunt douchen als u uw arm in een plastic zak steekt en deze dichtplakt met een pleister.
  • Wordt de pleister toch nat of vies, dan doet u het volgende:
    • haal de natte pleister van uw hand;
    • dep de wond voorzichtig droog;
    • doe een nieuwe, droge pleister op de wond.

Pijnstilling

  • Het kan zijn dat de wond de eerste 24 tot 48 uur wat gevoelig is. U kunt dan gerust paracetamol nemen, maximaal 1.000 mg per 6 uur. Lees eerst de bijsluiter.
  • Neem geen pijnstiller die bloedverdunnend werkt, zoals Aspirine®.

Controle

Meestal vindt ongeveer 14 dagen na de ingreep een controleafspraak plaats op de polikliniek. Tijdens deze afspraak:

  • verwijdert de doktersassistente de eilandpleisters;
  • is de specialist aanwezig om (eventueel) de wond te bekijken en uw vragen te beantwoorden. 
  • Houd er rekening mee dat uw wond iets kan wijken. Dit komt omdat er eelt zit en het van binnenuit dichtgroeit.

Complicaties

Geen enkele ingreep is vrij van de kans op complicaties. Zo zijn er ook bij deze operatie de normale risico’s op complicaties van een operatie. Deze komen gelukkig zelden voor. Bloedingen en soms wondinfecties zijn de belangrijkste.

Dystrofie

Een zeer zeldzame maar ernstige complicatie die na de ingreep kan voorkomen is dystrofie. Hierbij gaat de hand zwellen, wordt deze pijnlijk en verandert van kleur. Hierbij is het belangrijk snel te handelen. Neem bij deze symptomen daarom direct contact op met uw arts.

Neem zo snel mogelijk contact op met de Spoedeisende Hulp als:

  • uw vingers blauw worden;
  • u veel pijn heeft;
  • uw wond hevig bloedt;
  • er functiestoornissen in uw hand optreden (afnemend gevoel, afnemende kracht)

Resultaat operatie

Ongeveer 90% van de patiënten met een carpale tunnelsyndroom heeft baat bij een operatie. Wat het precieze effect is van de operatie en hoe snel het herstel verloopt is per patiënt verschillend en hangt af van de leeftijd en van de ernst en de duur van de beknelling van de zenuw.

De klachten die u voor de ingreep had, zijn na de operatie niet meteen verdwenen. De nachtelijke tintelingen zijn in ruim 90% van de gevallen verdwenen.

Als u voor de operatie last had van krachtverlies en gevoelsstoornissenvan de vingers, dan kan het herstel langer duren (tot enkele maanden) en in sommige gevallen uitblijven. Het litteken aan de pols blijft vaak langer gevoelig, vooral als u erop drukt of steunt.

Contact opnemen

Heeft u na ontslag dringende vragen? Neem dan gerust contact met ons op.

Tot 24 uur na ontslag

  • Tijdens kantooruren met de poli Neurologie, T 088 320 39 00.
  • Buiten kantooruren met de Spoedeisende Hulp, T 088 320 33 00.

Na 24 uur na ontslag

  • Tijdens kantooruren met de poli Neurologie, T 088 39 00.
  • Buiten kantooruren met de huisartsenpost in uw regio.

Expertise en ervaring

Onze neurologen behandelen per jaar ongeveer 15.000 nieuwe patiënten. Zij hebben daardoor ruime ervaring met vele soorten neurologische aandoeningen, onderzoeken en behandelingen.  Bijzondere  expertise is er op het gebied van beroertes (CVA), hoofdpijn, kinderneurologie, MS (multiple sclerose), neurofibromatose type 1 (NF1), slaapklachten en de Ziekte van Parkinson.

Carpale tunnelsyndroom

Nervus medianus

Het carpale tunnelsyndroom (CTS) ontstaat door beknelling van een belangrijke zenuw in de pols. Deze zenuw heet de middelste zenuw, in medische termen de ‘nervus medianus’.
De zenuw loopt samen met een aantal pezen die de vingers buigen door een tunnel die aan de bovenzijde wordt afgesloten door de dwarse polsband.

Oorzaak

De beknelling van de zenuw ontstaat door een zwelling van het bindweefsel rond de tunnel. Daardoor neemt de druk toe en ontstaat er een beknelling van de zenuw. De oorzaak van de zwelling van het bindweefsel is in de meeste gevallen onbekend, maar het is merkwaardig dat de klachten nogal eens tijdens zwangerschap of aan het begin van de overgang optreden.

Wat zijn de klachten?

Bij het carpale tunnelsyndroom kunnen de klachten nogal uiteenlopen. Zo kunt u last hebben van:

  • een prikkelend en pijnlijk gevoel in de handpalm en vingers;
  • een gezwollen, dik gevoel in de hand;
  • uitstralende pijn naar de onderarm, elleboog en schouders;
  • vermindering van de kracht van de hand, waardoor u zomaar dingen kunt laten vallen.

Veel patiënten hebben vooral ‘s nachts klachten. Hoewel de klachten meestal aan één hand voorkomen, kan het ook gebeuren dat men last krijgt van de andere hand.

carpale tunnelsyndroom

 

 

Toon meer over carpale tunnelsyndroom

Veilige zorg in het ziekenhuis

In het St. Antonius Ziekenhuis staat veiligheid voorop. Onze medewerkers doen er alles aan om uw bezoek aan het ziekenhuis zo goed mogelijk te laten verlopen. Help ons s.v.p. om goed voor u te zorgen door ons te vertellen:  

• welke medicijnen u gebruikt;
• of u allergieën heeft;
• of u (mogelijk) zwanger bent;
• als u iets niet begrijpt;
• wat u belangrijk vindt;
• als u iets ziet wat niet schoon is.
 
Op de website van de Nederlandse Patiëntenfederatie leest u meer tips over hoe u zelf kunt bijdragen aan veilige zorg.

Toon meer over bijdragen aan veilige zorg
Code
NEU 02-B