Behandelingen & onderzoeken

ERCP - onderzoek van galwegen en/of alvleesklier

ERCP of Endoscopische Retrograde Cholangio Pancreaticografie is een onderzoek van de galwegen en/of alvleesklier. Met een ERCP kan de arts uw galwegen en de afvoergang van de alvleesklier onderzoeken en een ingreep verrichten. Het onderzoek wordt uitgevoerd met een kijkinstrument: de endoscoop.

Een endoscoop is een flexibele slang die ongeveer 1 cm dik is. Aan het uiteinde van de endoscoop zitten een lampje en een camera. De arts spuit contrastvloeistof via de endoscoop in uw lichaam, zodat de afvoerwegen op de röntgenfoto's goed te zien zijn. De foto's ziet de arts op een beeldscherm. Het lampje zorgt dat de arts goed zicht heeft.

Op deze pagina snel naar

Meer over ERCP met een behandeling

Een ERCP wordt over het algemeen niet meer gebruikt als kijkonderzoek alleen. Tegenwoordig kiezen artsen met name voor een ERCP wanneer zij verwachten dat er direct tijdens het onderzoek een ingreep moet plaatsvinden. Dit komt omdat er een goed alternatief is voor de ERCP als onderzoeksmethode. Dit is de MRCP; een MRI-scan waarmee ook de galwegen en de afvoergang van de alvleesklier in beeld kunnen worden gebracht.

Het kan dus zijn dat u tijdens het onderzoek meteen een behandeling krijgt met de endoscoop. Als u in aanmerking komt voor een behandeling, dan zal de arts dit vooraf met u bespreken. Mogelijke behandelingen zijn:

Papillotomie

De galafvoergang en de afvoergang van de alvleesklier komen in de dunne darm uit. De plaats waar deze afvoergangen uitkomen, heet de papil van Vater. Soms moet de opening in de papil van Vater wijder gemaakt worden. Bijvoorbeeld voor het verwijderen van galstenen of het inbrengen van een buisje (endoprothese, stent). De papil van Vater wordt dan met een elektrisch mesje opengesneden. Dit heet papillotomie.

Ballonkatheter

Een ballonkatheter wordt gebruikt om galstenen uit de afvoergang te verwijderen. Door de ballon achter de galstenen op te blazen, kunnen de galstenen in de twaalfvingerige darm geveegd worden. Hier kan ook een basket (een soort vangmandje) voor gebruikt worden. De stenen komen (vaak ongemerkt) met de ontlasting naar buiten.

Endoprothese (stent)

Als één van de afvoerwegen vernauwd is, kan een hol buisje de afvoer van gal of alvleeskliersap herstellen. Zo’n buisje heet een endoprothese (ook wel stent genoemd). Een endoprothese wordt ook wel gebruikt om een lekkage van de galwegen te dichten. Soms gebruiken we voor de afvoer van gal of alvleeskliersap een buisje dat zichzelf uitvouwt. Zo’n buisje kan niet makkelijk worden verwijderd. Het voordeel van dit soort endoprotheses is dat deze minder snel verstopt raken dan de standaard endoprotheses.

Toon meer over mogelijke behandelingen

Voorbereiding

Voorbereiding op uw polibezoek

Een goede voorbereiding is voor u en voor ons belangrijk. Ons animatiefilmpje Voorbereiding op uw afspraak bij de polikliniek toont hoe u zich goed voorbereidt op uw afspraak en wat u kunt verwachten van uw afspraak. 

Medicijnen

Stop uw medicijnen nooit op eigen initiatief! Overleg altijd met uw arts.

Bloedverdunners

Of bloedverdunners gestaakt dienen te worden voorafgaand aan het onderzoek verschilt per patiënt. Uw arts bespreekt met u of u de bloedverdunners enkele dagen voor het onderzoek moet stoppen. Uw arts overlegt daavoor eventueel met de maag-darm-leverarts.

Heeft u geen instructies gehad van uw arts? Neem dan uiterlijk 7 dagen voor het onderzoek contact op met de arts die het onderzoek voor u heeft aangevraagd.

Meld uw medicijngebruik ook bij de arts die het onderzoek uitvoert.

Bekende bloedverdunnende middelen zijn acenocoumarol (Sintrom®), fenprocoumon (Marcoumar®), clopidogrel (o.a. Plavix® en Grepid®), ), rivaroxaban (Xarelto®), dabigratan (Pradaxa®), apixaban (Eliquis®), ticagrelor (o.a. Brilique® en Possia®), dypiridamol (Persantin®), carbasalaatcalcium (Ascal®) en acetylsalicylzuur.

Diabetesmedicatie

Als u diabetespatiënt bent, moeten uw medicijnen mogelijk aangepast worden tijdens de voorbereiding op dit onderzoek. Misschien kunt u uw medicijnen later nemen of overslaan. Overleg hierover met de arts die het onderzoek voor u heeft aangevraagd, met uw internist of met uw huisarts.

Zwangerschap

Bent u (mogelijk) zwanger? Laat dit dan zo snel mogelijk aan ons weten.

Vervoer regelen

Als u bij dit onderzoek een ‘roesje’ heeft gekregen, dan mag u na het onderzoek niet zelf naar huis rijden. Het is daarom handig dat u vooraf regelt dat iemand u naar huis brengt na het onderzoek.

Kleding

  • Draag gemakkelijk zittende kleding, die u gemakkelijk aan- en uit kunt trekken.
  • Soms is er aansluitend aan het onderzoek een opname in het ziekenhuis voor u geregeld. Houd hier rekening mee en neem voor de zekerheid toiletspullen en nachtkleding mee.

Eten en drinken (nuchter zijn)

  • Als het onderzoek in de ochtend is

Voor het onderzoek is het van belang dat u nuchter bent. Dit betekent dat u de avond voor het onderzoek vanaf middernacht niet meer mag eten. U mag nog wel drinken (alleen water en thee), tot 2 uur voor het onderzoek.

  • Als het onderzoek in de middag is

Bent u om 12.00 uur of later aan de beurt dan mag u 's morgens om 07.00 uur nog een licht ontbijt. Dit houdt in: 1 of 2 beschuiten met zoet beleg en thee of zwarte koffie. Eventuele medicijnen kunt u gewoon innemen bij uw ontbijt. Daarna mag u niets meer eten. Drinken mag nog wel (alleen water en thee), tot 2 uur voor het onderzoek.

Mijn Antonius-account aanmaken

Mijn Antonius is het beveiligde online patiëntportaal van het St. Antonius. Heeft u nog geen account? Dan is het handig als u er een aanmaakt. Op onze webpagina Mijn Antonius leest u hoe u dit eenvoudig doet. 

Mijn Antonius

In Mijn Antonius kunt u zelf 24 uur per dag, 7 dagen per week:
• afspraken maken en wijzigen;
• uw onderzoeksuitslagen bekijken;
• uw persoonsgegevens inzien en wijzigen;
• uw medicatieoverzicht inzien en medicatie of allergie toevoegen of wijzigen;
• herhaalrecepten aanvragen;
• een vraag stellen aan uw zorgverlener;
• een samenvatting van uw bezoek bekijken;
• vragenlijsten invullen ter voorbereiding op uw afspraak/behandeling.

Afzeggen

Bent u verhinderd voor het onderzoek? Laat het ons dan zo snel mogelijk weten. Neem hiervoor telefonisch contact op met de afdeling of polikliniek waar het onderzoek plaatsvindt. 

Onderzoek

Vooraf

  • Op het afgesproken tijdstip meldt u zich bij de afdeling Endoscopie.
  • Een verpleegkundige haalt u op en begeleidt u naar uw bed.
  • U krijgt een infuus (een dun buisje in een bloedvat), meestal in uw arm. Door dit infuus kan de arts of verpleegkundige u medicijnen geven.
  • We brengen u in uw bed naar de afdeling Radiologie.
  • Daar krijgt u een (smaakloos) drankje om schuimvorming in de maag tegen te gaan.
  • Uw keel wordt verdoofd met een spray om de eventuele kokhalsreflex te onderdrukken, zodat het inbrengen van de scoop gemakkelijker gaat. De scoop laat uw luchtpijp vrij. U kunt tijdens het onderzoek dus gewoon ademhalen.

Sedatie (roesje)

Dit onderzoek gebeurt met sedatie, ook wel een ‘roesje’ genoemd.

Inbrengen van de endoscoop

  • U gaat op uw buik op de onderzoekstafel liggen.
  • De verpleegkundige vraagt u om eventuele losse gebitsdelen uit uw mond te halen.
  • U krijgt een bijtring tussen uw tanden of kaken om te voorkomen dat uw tanden en/of de scoop beschadigen.
  • De arts geeft u via het infuus een slaapmiddel, zodat u het onderzoek ontspannen kunt ondergaan. Hierdoor voelt u zich bijna meteen wat slaperig.
  • Ook krijgt u een pijnstiller.
  • De arts brengt nu de scoop in uw mond en vraagt u om te slikken. Dat is een moeilijk moment. Probeer u te ontspannen en zo rustig mogelijk adem te halen. De arts schuift de scoop door uw slokdarm en maag, naar de twaalfvingerige darm. Dit is het gedeelte van de dunne darm dat vlak na de maag komt, en waarin de afvoerkanaaltjes van de alvleesklier en de galwegen uitmonden.

Het maken van de röntgenfoto’s

Omdat de arts en de verpleegkundige vaak in aanraking komen met röntgenstraling dragen zij bij het onderzoek speciale schorten die hen daartegen beschermen. Voor u kan de kleine hoeveelheid straling die u tijdens het onderzoek krijgt geen kwaad.

De arts kijkt nu door de scoop in uw darm en zoekt de afvoerkanaaltjes van de alvleesklier en de galblaas op. Als deze zijn gevonden, spuit de arts via de scoop de contrastvloeistof in. Hier voelt u niets van. Daarna maakt de arts de röntgenfoto’s.

Het weghalen van weefsel (biopt)

Soms haalt de arts via de scoop een klein stukje weefsel weg uit de darmwand of de galwegen voor microscopisch onderzoek. Dat heet een biopt. U voelt hier niets van.

Duur ERCP-onderzoek

In totaal duurt het ERCP-onderzoek meestal 30 tot 60 minuten.

Eventueel volgt een behandeling met de endoscoop

Het kan zijn dat u tijdens het onderzoek meteen een behandeling krijgt met de endoscoop; bijvoorbeeld als de arts tijdens het onderzoek een vernauwing vindt, of galsteentjes. De ingreep duurt dan langer en wordt mogelijk zwaarder. De scoop blijft dan soms wel 1 of zelfs 2 uur in uw keel zitten.

Krijgt u tijdens het onderzoek een behandeling, dan kan het zijn dat u voor controle een nacht in het ziekenhuis moet blijven.

Hoofdbehandelaar

Patiënten worden in het ziekenhuis regelmatig door meerdere medisch specialisten tegelijk gezien. Er is echter altijd één medisch specialist eindverantwoordelijk voor de medische behandeling: de ‘hoofdbehandelaar’. Het is voor u dus belangrijk om te weten wie dit is. Wilt u weten wie uw hoofdbehandelaar is? Vraag dit dan aan de zaalarts of verpleegkundig specialist.

Het filmpje Wie is uw hoofdbehandelaar? geeft u meer informatie hierover.

Nazorg

Uitslag

Na het onderzoek geeft uw behandelend arts zijn voorlopige indruk van het onderzoek. Als er stukjes weefsel bij u zijn weggenomen voor onderzoek, duurt het meestal  10 werkdagen voordat de uitslag bekend is. U krijgt de uitslag bij het volgende bezoek aan de arts die het onderzoek aangevraagd heeft: uw behandelend specialist of huisarts. De uitslag wordt elektronisch naar de aanvragend arts verstuurd.

Risico's en complicaties

Bij ongeveer 7 % van de onderzoeken treden complicaties op. De complicaties die het meest voorkomen, zijn:

  • bloedingen uit de galweg en
  • ontstekingen van de alvleesklier als gevolg van irritatie door de ingespoten contrastvloeistof. 
  • Verder heeft zich in de afgelopen jaren in een zeer klein aantal gevallen een infectie voorgedaan na een ERCP. In deze brief Overdracht van infecties bij ERCP van de Nederlandse Vereniging voor Medische Mirobiologie  en de Nederlandse Vereniging van Maag-Darm-Leverartsen kunt u hier meer over lezen.

Als bij u een complicatie optreedt, blijft u in het ziekenhuis voor de behandeling.

Contact opnemen

Bij aanhoudende pijn, zwarte ontlasting of aanhoudend braken kunt u

  • tijdens kantooruren contact opnemen met de afdeling Endoscopie.
  • ‘s Avonds, ‘s nachts en in het weekend kunt u bellen met uw huisarts of met de receptie van het ziekenhuis: u kunt vragen naar de dienstdoende MDL-arts.

Expertise en ervaring

U kunt bij ons terecht voor veelvoorkomende behandelingen, maar ook voor veel complexe ingrepen. Jaarlijks behandelen wij ruim 11.000 patiënten op de poli en voeren wij gemiddeld 15.000 endoscopieën uit. Hiermee is ons MDL-centrum één van de grootste centra in Nederland.

Aandacht en persoonlijke zorg voor de patiënt staan centraal. Samen met u stellen we het best mogelijke behandelplan op. U krijgt altijd een vaste hoofdbehandelaar als aanspreekpunt. Deze behandelaar weet alles over uw behandeltraject en blijft hier nauw bij betrokken. Kankerpatiënten, hepatitispatiënten en patiënten met ontstekingsziekten van de darm (IBD) kunnen gedurende het hele traject begeleiding krijgen van een team van vaste verpleegkundigen.

Veilige zorg in het ziekenhuis

In het St. Antonius Ziekenhuis staat veiligheid voorop. Onze medewerkers doen er alles aan om uw bezoek aan het ziekenhuis zo goed mogelijk te laten verlopen. Help ons s.v.p. om goed voor u te zorgen door ons te vertellen:  

• Welke medicijnen u gebruikt.
• Of u allergieën heeft.
• Of u (mogelijk) zwanger bent.
• Als u iets niet begrijpt.
• Wat u belangrijk vindt.
• Als u iets ziet wat niet schoon is.
 
Op de website van de Nederlandse Patiëntenfederatie leest u meer tips over hoe u zelf kunt bijdragen aan veilige zorg.

Toon meer over bijdragen aan veilige zorg

Gerelateerde informatie

Code
END 09-O