Behandelingen & onderzoeken

Stuitbevalling en versie

Een kindje dat tegen het eind van de zwangerschap met de billen omlaag ligt in plaats van met het hoofd wordt een kindje in stuitligging genoemd.

Soms zal de gynaecoloog of verloskundige voorstellen het kindje te draaien. Dat wordt versie genoemd. Als dit niet lukt of niet mogelijk is zal de gynaecoloog of verloskundige met u bespreken hoe de bevalling het best kan gebeuren. Vaak is normale bevalling mogelijk, maar soms is een keizersnede een beter alternatief.

 

Op deze pagina snel naar

Behandeling

Uitwendige draaiing

Voordat we je kindje draaien, heb je eerst een informatief gesprek met de deskundige (klinisch verloskundige, gynaecoloog of art-assistent) van St. Antonius Geboortezorg. Daarna registreren we de hartslag van je kind (cardiotocografie, ook wel CTG genoemd) en bepalen we met een echo hoe je kind precies ligt, hoeveel vruchtwater er in je buik zit en waar de placenta zich bevindt. Als deze tegen de voorwand van de baarmoeder ligt, is het lastiger het kind vast te houden bij het draaien. Daarnaast meten we met de echo de hoofd- en buikomvang van je kindje. Na uitwendig onderzoek kijken we of het kindje al is ingedaald. Als dit het het geval is, is een versie niet meer mogelijk. Als er nog geen (volledige) indaling is, kunnen we beginnen met de versie.

Het draaien

Tijdens de versie lig je op een comfortabele onderzoeksbank. Via een injectie in de spier dienen we een weeënremmend middel toe zodat de baarmoeder zich kan ontspannen. Hierdoor kan je hartslag tijdelijk iets versnellen en kun je last krijgt van hartkloppingen. Ook kun je na de injectie trillende handen krijgen en of misselijk worden. Deze bijwerkingen verdwijnen binnen een paar uur. Het is dan ook beter niet zelf auto te rijden, maar iemand anders mee te nemen die je naar huis kan brengen.

Het is van belang zo ontspannen mogelijk te liggen en de buikspieren niet aan te spannen. Een iets gevulde blaas vergemakkelijkt het omhoog bewegen van de stuit. De zorgverlener zal met twee handen om het stuitje heen proberen de baby omhoog te duwen. Het hoofdje van de baby komt dan tegen de ribbenboog en je middenrif aan waardoor de baby een koprol inzet. Daarna begeleidt men met een hand het hoofdje in de juiste richting, de andere hand blijft om de stuit heen om deze te blijven sturen. Het vastpakken van de stuit van het kindje en als je kindje dwars in je buik ligt, kan wat gevoelig zijn. Het draaien duurt 5 tot 15 minuten. Tijdens en na het draaien wordt de hartslag van je baby gecontroleerd met de echo. Na afloop van de versie registeren we nogmaals de hartslag van je kindje.

Slagingspercentage

Bij een eerste zwangerschap zijn de baarmoederspier en buikwand nog stevig en zal het draaien minder vaak lukken. Gemiddeld is slagingspercentage bij een eerste kind 40% en bij een volgende 60%.

Na het draaien

Als het gelukt is om je kindje te draaien, kun je in principe gewoon onder begeleiding van je eigen verloskundige/huisarts bevallen, tenzij er al een andere reden was voor een ziekenhuisbevalling. Als het kindje uit zichzelf weer terug is gedraaid naar stuitligging, kunnen we meestal na een week nog een keer proberen je kind te draaien. Blijft je kindje in stuitligging dan blijf je tijdens je zwangerschap onder controle in het ziekenhuis en beval je ook in het ziekenhuis.

Neem altijd contact op met de gynaecoloog als je je kind na de draaiing minder voelt bewegen, bij bloedverlies of bij toenemende buikpijn.

Anti-D

Is je bloedgroep Rhesus negatief en die van je kind Rhesus positief, dan krijg je na afloop van de draaipoging een injectie met anti-D toegediend.

Vaginale stuitbevalling

Hoe verloopt de bevalling?

Het bijzondere aan een stuitbevalling is dat het grootste deel van de baby, het hoofd, als laatste geboren wordt.

De bevalling bestaat net als een bevalling van een kind in hoofdligging uit drie verschillende fases: de ontsluiting, het persen en de periode na de geboorte. Het laatste gedeelte van de ontsluitingsfase verloopt bij een stuitbevalling iets anders. Bij een stuitligging liggen de billen, benen of voeten beneden en zakken deze al bij 7 à 8 cm ontsluiting door de baarmoedermond naar buiten. Hierdoor krijg je al persdrang voordat er volledige ontsluiting is, maar mag je nog niet meepersen. Verder verloopt het persen hetzelfde als bij een kind in hoofdligging.

Vlak voor de geboorte van het hoofdje vraagt de gynaecoloog je te stoppen met persen en te gaan zuchten. Het lijfje is dan al geboren. Om de geboorte van het hoofd te vergemakkelijken zet de gynaecoloog na verdoving van de huid een knip in de vagina. Tijdens de volgende wee wordt het hoofd geboren. Hierbij drukt een assistent boven je schaambeen zodat het hoofd goed door het bekken gaat. De gynaecoloog houdt het lijfje vast. Zodra je kindje geboren is wordt het op je onderbuik gelegd. De hartslag van je kind wordt tijdens de bevalling uitwendig via de buik of inwendig via een elektrodedraadje op de bil in de gaten gehouden.

Keizersnede

Een keizersnede verloopt bij een kindje in stuitligging veelal hetzelfde als bij een kindje in hoofdligging. Meer algemene informatie over een keizersnede.

Nazorg

Mogelijke complicaties na een stuitbevalling

Mogelijke complicaties bij de moeder

De kans op complicaties is voor jou als moeder bij een stuitbevalling niet groter dan bij een bevalling in hoofdligging. Wel is de kans groter dat de gynaecoloog tijdens de bevalling besluit een keizersnede te doen.

Mogelijke complicaties bij het kind

Ademhalingsproblemen of beschadiging door de geboorte
Na een vaginale stuitbevalling na 38 zwangerschapsweken is bij ongeveer 1 op de 20 kinderen (5%) een couveuseopname nodig. Dat is tien keer zo vaak als na een keizersnede. Een opname kan om verschillende redenen nodig zijn: soms heeft het kind na de geboorte behoefte aan extra zuurstof of moet het geholpen worden bij de ademhaling. Soms is de opname nodig vanwege beschadiging bij geboorte, zoals een botbreuk, een zenuwbeschadiging of een hersenbloeding. Een dergelijke beschadiging komt echter zelden voor.

Heupdysplasie
Het heupgewricht bestaat uit de heupkom in het bekken en de heupkop bovenaan het dijbeen. De heupkop kan draaien in de heupkom. Kindjes die in stuitligging geboren worden hebben een wat grotere kans op heupdysplasie. Hierbij is de heupkom minder goed ontwikkeld en omsluit deze heupkop niet goed. Als dit op tijd wordt behandeld hoeft dit later echter meestal geen problemen te geven. Daarom worden de heupjes van jouw kindje na 3 maanden met een echoscopie onderzocht.

 

Mogelijke complicaties na een keizersnede

Mogelijke complicaties bij de moeder

De kans op ernstige complicaties als gevolg van een keizersnede is voor gezonde vrouwen erg klein, maar wel groter dan bij een gewone bevalling. Het gaat hier om niet- levensbedreigende complicaties. Sommige, zoals bloedarmoede of trombose, komen ook voor na een gewone bevalling. Andere hangen wel samen met de keizersnede, zoals:

  • een nabloeding in de buik;
  • een bloeduitstorting;
  • wondinfectie;
  • beschadiging van de blaas;
  • het niet goed op gang komen van de darmen;
  • een blaasontsteking;
  • pijn door zenuwbeschadiging bij de snede in de buik. Dit komt heel zelden voor.

Mogelijke complicaties bij het kind

Een enkele keer is het moeilijk om een kind in stuitligging via een keizersnede uit de baarmoeder te halen en kan er een (zenuw) beschadiging optreden. Als de keizersnede te vroeg in de zwangerschap wordt gedaan kan het kind longproblemen krijgen. Hierdoor kan het zijn dat een kindje in de couveuse moet. Daarom wordt een keizersnede zo mogelijk na 39 zwangerschapsweken gedaan.

Gevolgen voor volgende zwangerschap

Het litteken in de baarmoeder geeft een grotere kans op complicaties bij een volgende bevalling. Zo kan het litteken openscheuren, kan het zijn dat de moederkoek voor in de baarmoeder ligt of kan de moederkoek nauw vergroeid zijn met de baarmoeder (de baarmoeder moet dan verwijderd worden). Hoewel deze complicaties zelden voorkomen, treden ze vaker op na een keizersnede dan na een gewone bevalling. Je krijgt na een keizersnede dan ook het advies in het ziekenhuis te bevallen.

Expertise en ervaring

Bij St. Antonius Geboortezorg bieden we alle zorg rondom zwangerschap en geboorte. Onze specialisten en verpleegkundigen staan 24 uur per dag klaar om jou, je kindje en je partner de beste zorg te kunnen bieden. Bij St. Antonius Geboortezorg werken gynaecologen en verloskundigen zeer nauw samen. We werken vanuit de overtuiging dat iedere zwangere vrouw en haar partner centraal staan in een heel bijzondere fase van hun leven waar wij als zorgprofessionals graag een bijdrage aan leveren: zorgzaam, met plezier en zo persoonlijk mogelijk. Wij werken met passie en warmte en willen je graag net dat beetje meer geven. Elke familie en gezin is uniek. Jullie persoonlijke wensen vinden wij belangrijk. We vormen samen met jullie een hecht team en kijken naar welke zorg op welk moment gewenst is, het beste past en mogelijk is.

Versiespreekuur bij St. Antonius Geboortezorg

Bij St. Antonius Geboortezorg houden getrainde verloskundigen en gynaecologen versiespreekuren. Moeders waarbij het kindje in stuitligging in de buik zit, kunnen hier terecht om te proberen de baby te draaien. De verloskundigen en gynaecologen hebben al vele versies gedaan en hebben hierdoor ruime ervaring opgebouwd. De verloskundigen zijn officieel gecertificeerd voor het verrichten van uitwendige versies (versiekundige).

Meer informatie

Kijk voor meer informatie op de website van De Gynaecoloog.

Gerelateerde informatie

Code
GEB 04-B