Een TAAA-operatie kan noodzakelijk zijn als de grote lichaamsslagader, de aorta, verwijd is (een aneurysma). De verwijding ontstaat doordat er een zwakke plek in het bloedvat zit, waardoor de wand op die plaats uitrekt.

Als een TAAA-operatie nodig is, bevindt de verwijding zich zowel in het deel van de aorta dat door de borstkas loopt als in het deel dat in de buikholte ligt. De afkorting TAAA staat  dan ook voor Thoraco (borstkas) Abdominaal (buik) Aorta (grote lichaamsslagader) Aneurysma (verwijding van het bloedvat).

Op deze pagina snel naar

Meer over de TAAA-operatie

Als u een TAAA-operatie moet ondergaan, wordt u 2 keer opgenomen binnen een periode van 3 maanden. Tijdens de eerste opname krijgt u verschillende onderzoeken om uw algehele lichamelijke conditie vast te stellen. Dat is belangrijk om complicaties tijdens en na de operatie zoveel mogelijk te kunnen voorkómen. De eerste opname duurt ongeveer 3 dagen. De tweede opname duurt ongeveer 3,5 tot 6 weken. Tijdens deze opname vindt de TAAA-operatie plaats.

Voorbereiding

Voorbereiding op uw opname

Een goede voorbereiding is voor u en voor ons belangrijk. Op onze webpagina Opname in het ziekenhuis (operatie) leest u hoe u zich op uw opname voorbereidt en krijgt u informatie over de gang van zaken in ons ziekenhuis.

Wat moet u vooraf thuis regelen?

Wij adviseren u om ruim vóór de operatie de volgende zaken te regelen:

Hulp inschakelen

Tussen de eerste en de twee opname kunt u alvast even stilstaan bij de vraag: ‘Heb ik na de operatie voldoende opvang thuis?’ Na de operatie kunt u zichzelf wel helemaal verzorgen, maar:

  • u mag nog geen zwaar huishoudelijk werk doen;
  • u zult de eerste tijd nog erg snel moe zijn;
  • de eerste 14 dagen moet er ‘s nachts en een groot deel van de dag iemand bij u thuis zijn.

Dit betekent dat u de eerste periode voor een gedeelte aangewezen bent op de hulp van anderen. Zorg dus dat u antwoorden hebt op vragen zoals:

•     Wie doet de boodschappen? 
•     Wie doet het huishouden?
•     Wie kan er in de eerste 2 weken na thuiskomst eventueel komen logeren?

De ervaring leert dat het veel moeilijker is om oplossingen voor dergelijke problemen te vinden als u eenmaal in het ziekenhuis ligt. Het geeft bovendien een zekere rust als u weet dat dit allemaal goed geregeld is. Maak daarom vroegtijdig afspraken met familie, vrienden en/of kennissen.

Ondersteuning

Het vooruitzicht op een TAAA-operatie kan u en de mensen om u heen emotioneel uit evenwicht brengen of levensvragen oproepen. Het kan moeilijk zijn om hierover met elkaar te praten. Mocht u behoefte hebben aan een gesprek, neem dan contact op met Maatschappelijk Werk of de Geestelijke Verzorging (zie ook ‘Begeleiding’).

Hulpverlenende instanties

Als u denkt dat u tijdelijk huishoudelijke hulp nodig hebt, neem dan vroegtijdig  contact op met de instellingen voor thuiszorg in uw woonplaats. Zij kunnen u alles vertellen over de mogelijkheden en de kosten. 

In bepaalde situaties is het mogelijk om, tegen een geringe vergoeding, te herstellen op de logeerafdeling van een verzorgingstehuis. De aanmelding verloopt via een Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ). Hebt u belangstelling hiervoor? Vraag dan vroegtijdig uw huisarts om meer informatie en om het telefoonnummer van een CIZ bij u in de buurt. De verpleegkundigen op de afdeling kunnen u verder helpen bij het aanvragen van thuiszorg of een logeerplek.

De eerste opname

Ongeveer 6 tot 8 weken nadat u bij de hart-longchirurg bent geweest, ontvangt u thuis een schriftelijke oproep voor de eerste opname. In deze oproep staat wanneer u in het ziekenhuis verwacht wordt en op welke afdeling. U krijgt ook een brief waarin staat welke onderzoeken u krijgt.

Op het afgesproken tijdstip meldt u zich op de afdeling. U wordt daar ontvangen door een verpleegkundige. U krijgt een gesprek met een assistent hart-longchirurg of verpleegkundig specialist. De verpleegkundig specialist is een verpleegkundige die door een aanvullende op-leiding (Master Advanced Nursing Practice) bepaalde omschreven taken van een arts kan overnemen, zoals bijvoorbeeld het  opnamegesprek en het lichamelijk onderzoek. De verpleegkundig specialisten werken samen met de artsen en de verpleegkundigen van de afdeling. Als u vragen hebt, kunt u ook bij hen terecht. 

Tijdens de eerste opname wordt een aantal onderzoeken gedaan. Het kan zijn dat sommige onderzoeken poliklinisch gedaan worden. Na een dag of 3, als alle onderzoeken gedaan zijn, gaat u terug naar huis. De hart-longchirurg bepaalt welke van onderstaande onderzoeken u krijgt.

Hartonderzoeken

Een operatie aan de aorta is voor het hart een extra belasting. Daarom wordt het hart grondig nagekeken. Mogelijke hartonderzoeken zijn:

Longonderzoeken

Het is belangrijk dat uw chirurg weet hoe het met uw longen gesteld is. Het kan zijn dat het nodig is de longfunctie vóór de operatie te verbeteren. Mogelijke longonderzoeken zijn:

Neurologisch/neurofysiologisch onderzoek

Deze onderzoeken richten zich op het functioneren van de hersenen en zenuwen. Mogelijke neuro(fysio)logische onderzoeken zijn:

Overige onderzoeken

De meeste patiënten krijgen nog een of meer andere aanvullende onderzoeken:

  • Angiografie (röntgenonderzoek van bloedvaten)
  • Röntgenfoto’s van kaken en kaakholtes
  • Stembandonderzoek
  • Laboratoriumonderzoek

De tweede opname

Tijdens deze opname vindt de operatie plaats. U wordt meestal op dezelfde verpleegafdeling opgenomen als tijdens uw eerste opname. De meeste patiënten worden 5 werkdagen vóór de operatie in het ziekenhuis opgenomen. Meestal zit daar een weekend tussen, dan blijft u ook in het ziekenhuis. Tijdens de dagen voor de operatie krijgt u opnieuw enkele onderzoeken:

  • Algemeen lichamelijk onderzoek door de assistent hart-longchirurg of verpleegkundig specialist.
  • Hartfilmpje (ECG)
  • Voor laboratoriumonderzoek nemen we wat ‘lichaamsmateriaal’ bij u af:
    • bloed
    • neusslijm
    • urine

De dag voor de operatie krijgt u nog 2 neurologische onderzoeken naar de zenuwbanen:

Eventueel komt de longarts bij u langs om uw longen in een optimale conditie te brengen of te houden.

Overige zorg tijdens de tweede opname

In de periode vóór uw operatie komen verschillende ziekenhuismedewerkers kennis met u maken.

Verpleegkundige

Bij de opname hebt u de verpleegkundige van de voorbereidingsafdeling al ontmoet. Zij coördineert uw zorg en de onderzoeken die u krijgt:

  • Om uw darmen ‘schoon’ te maken, krijgt u 2 dagen voor de operatie 2 tabletjes van een laxeermiddel.
  • U start 2 dagen voor de operatie met desinfecterende neuszalf.
  • De dag voor de operatie krijgt u een klysma.

Maatschappelijk werker

Een hartoperatie kan gevoelens van angst, onzekerheid en verdriet oproepen, ook bij de mensen om u heen. Het kan moeilijk zijn om hier met elkaar over te praten. Toch is dit belangrijk, ook voor vlot herstel na de operatie.  Een maatschappelijk werker kan u hierbij helpen.

Diëtist

Ook uw voeding is heel belangrijk. Daarom komt er een diëtist bij u langs voor een pre-operatief gesprek.

Fysiotherapeut

De fysiotherapeut bezoekt u voor een vraaggesprek en geeft uitleg over de fysiotherapie voor en na de operatie. U krijgt ademhalingsinstructies en u gaat oefenen met een ademvolumetrainer. Het is de bedoeling dat u met deze ademtrainer uw inademing blijft oefenen tot aan de operatie.

Anesthesioloog

De dag voor de operatie bezoekt u de poli van de anesthesioloog (verdovingsarts). Deze arts geeft u uitleg over de operatie, narcose en beademing.

Hart-longchirurg

De dag voor de operatie krijgt u bezoek van de hart-longchirurg die u gaat opereren.

Eten en drinken (nuchter zijn)

Het is noodzakelijk dat u voor de operatie een bepaalde periode niet eet of drinkt (‘nuchter’ blijft). Dit geldt als u narcose, een ruggenprik of een zenuwblokkade krijgt. Als u niet nuchter bent tijdens de ingreep, is de kans groter dat er tijdens de ingreep eten en drinken uit uw maag in uw longen terechtkomt. Dit kan leiden tot een ernstige longontsteking. Het is dus belangrijk dat u zich aan onderstaande voorschriften houdt. Als u niet nuchter bent, zullen wij er voor uw veiligheid voor kiezen om de operatie niet door te laten gaan.

Houd u aan de onderstaande voorschriften:

  • Tot 6 uren voordat u in het ziekenhuis moet zijn mag u 1 of 2 beschuitjes met jam eten.

Dit betekent dat als u zich bijvoorbeeld om 08.00 uur ’s morgens in het ziekenhuis moet melden, u vanaf 02.00 uur ’s nachts niets meer mag eten. Moet u zich bijvoorbeeld om 14.00 uur ’s middags melden, dan mag u vanaf 08.00 uur ’s morgens niets meer eten.

  • Tot 2 uren voordat u in het ziekenhuis moet zijn mag u heldere vloeistoffen drinken. Dit zijn: water, appelsap en thee ZONDER melk. Koffie zonder melk is ook toegestaan.

Dit betekent dat als u zich bijvoorbeeld om 08.00 uur ’s morgens in het ziekenhuis moet melden, u vanaf 06.00 uur ’s morgens niets meer mag drinken. De afgesproken medicatie mag u wel met een slokje water innemen op de dag van de operatie.

Als u al bent opgenomen in het ziekenhuis en de volgende dag wordt geopereerd, dan zullen de zorgverleners op de afdeling u laten weten vanaf hoe laat u niet meer mag eten en drinken.

De avond voor de operatie

Alleen uw toiletartikelen en uw (eventuele) bril en kunstgebit gaan mee naar de afdeling Intensive Care. Dit in verband met de beperkte kastruimte en om zoekraken te voorkomen. Daarom vragen wij u om de kleding die u niet direct nodig heeft op de avond voor de operatie aan uw bezoek mee naar huis te geven. 

De dag van de operatie

Op de ochtend van de operatiedag wordt u verder voorbereid op de operatie:

  • Nadat u zich hebt opgefrist, krijgt u speciale operatiekleding aan.
  • Een medewerker van de afdeling Neurofysiologie of Neurologie komt plakkers op uw hoofd, armen en benen aanbrengen. Hiermee wordt tijdens de operatie het functioneren van uw hersenen (EEG-onderzoek) en uw ruggenmerg (MEP-onderzoek) in de gaten gehouden.
  • Ongeveer een uur voor de operatie krijgt u op voorschrift van de anesthesioloog een medicijn met rustgevende en pijnstillende werking, als voorbereiding op de narcose. U wordt rustig en/of slaperig.
  • Daarna blijft u in bed liggen.

Behandeling

Naar de operatieafdeling

U wordt rond 07.45 uur met uw bed naar de operatieafdeling gebracht. Op de operatiekamer brengt de anesthesioloog een infuus bij u in. Via het infuus krijgt u een narcosemiddel toegediend, waardoor u snel in slaap valt.

Operatiesnede bij een TAAA-operatie
U wordt op uw rechterzij gedraaid onder een hoek van ongeveer 60° (zie afbeelding). U blijft de hele operatie in deze positie liggen op een speciaal matras gevuld met korrels (een ‘beanbag’).

 

 

    Het begin van de operatie

    De chirurg maakt een snede vanaf uw rug naar uw ribbenboog (de plaats aan de voorzijde van uw lichaam waar de ribben samenkomen) en uiteindelijk naar uw navel (zie afbeelding). De chirurg maakt deze snede om goed zicht te hebben op het verwijde deel van de aorta. Tijdens de operatie prikt de arts uw linkerlies aan en legt een slangetje in het bloedvat dat zich daar bevindt. Uw bloedsomloop wordt op die manier ‘omgeleid’ en ondersteund, waardoor uw hart en longen tijdens de operatie minder belast worden. Dit vermindert de kans op beschadiging van het ruggenmerg. Na de operatie hebt u dus een kleine wond in uw linkerlies.

    Tijdens de operatie koelt uw lichaam af tot een temperatuur van ongeveer 32° C. Ook dit helpt om de kans op schade aan weefsels te beperken.

    Plaatsing van kunststof aortagedeelte

    De chirurg vervangt nu het verwijde deel van de aorta door een kunststof prothese. Aftakkingen van de aorta worden in het nieuwe kunststof deel ingehecht. Deze aftakkingen

    voorzien het ruggenmerg en andere belangrijke organen in de buik van bloed. Niet álle bloedvaten naar het ruggenmerg kunnen wordt ingehecht. Daarom houdt de chirurg tijdens de hele operatie goed in de gaten hoe uw ruggenmerg functioneert. De bloedtoevoer naar het ruggenmerg moet steeds voldoende zijn, anders kunnen beschadigingen optreden (zie ook ‘Mogelijke complicaties’). De chirurg verwijdert het ‘oude’ gedeelte van de aorta niet, maar trekt dit over het nieuwe kunststof gedeelte heen (zie afbeelding). Zo wordt de vernieuwde aorta goed afgedekt.

    Einde van de operatie

    Aan het eind van de ingreep sluit de hart-longchirurg de wond. De operatie duurt meestal zo’n 6 à 7 uur.

    Uw naasten

    De operatie begint ‘s morgens om 08.00 uur en duurt meestal tot het eind van de middag. Uw naasten (partner, familie) worden om 16.00 uur verwacht in de wachtruimte van de Intensive Care. Het is de bedoeling dat er niet meer dan 2 familieleden en/of naasten naar het ziekenhuis komen op de dag van de operatie. Daar worden zij door één van de gastvrouwen van het ziekenhuis opgevangen. De gastvrouw biedt een luisterend oor en geeft de noodzakelijke praktische informatie.

    Kort na afloop van de operatie hebben uw naasten een gesprek met de hart-longchirurg. Hierna brengt de gastvrouw hen naar de Intensive Care Unit (ICU), waar zij bij u langs komen. U zult hier niet veel van merken, omdat u dan nog slaapt.

    Logeermogelijkheden

    Uw naasten kunnen de eerste dagen na de operatie in bepaalde gevallen in logeerkamers in het ziekenhuis verblijven. De mogelijkheden zijn helaas beperkt en gelden alleen in dringende gevallen. Het is niet mogelijk vooraf te reserveren. Hier vindt u meer informatie over logeren in het ziekenhuis.

    Nazorg

    Naar de Intensive Care

    Direct na de operatie gaat u naar de Intensive Care, waar u een aantal dagen verblijft. U wordt hier nauwlettend in de gaten gehouden: Er is doorlopend een verpleegkundige op uw kamer. U hebt verschillende infusen voor de toediening van vocht en medicijnen. U bent met diverse snoeren en slangen verbonden met apparatuur die uw hartrimte, bloeddruk en lichaamstemperatuur registreert. U wordt beademd: Uw ademhaling wordt geregeld door een beademingsmachine.

    Beademing

    Tijdens de operatie heeft de arts een buisje in uw keel geschoven dat doorloopt tot in de luchtpijp (de tube, spreek uit: ‘tjoeb’). Deze tube wordt aangesloten op de beademingsmachine. Iedere in- en uitademing verloopt via de machine.

    De tube in uw keel is hinderlijk. Om dit ongemak zoveel mogelijk tegen te gaan, krijgt u slaapmedicijnen. Gedurende tenminste de eerste 24 uren houden wij u met medicijnen in slaap en ligt u aan de beademing. Daarna worden de slaapmedicijnen verminderd en kunt u weer zelf gaan ademen, eerst met hulp van de beademingsmachine, later op eigen kracht.

    Als uw toestand dit toelaat, gaat de tube er de tweede of derde dag na de operatie uit. Omdat de tube tussen uw stembanden doorloopt, kunt u niet praten zolang u aan de beademing ligt. Persoonlijk contact met uw naasten is dan moeilijk en u kunt alleen maar met artsen en verpleegkundigen ‘praten’ door ja-knikken en nee-schudden. U kunt niet goed zelf slijm ophoesten. De verpleegkundige zuigt het slijm met een slangetje uit uw longen, meerdere malen per dag. Na verwijdering van de tube komt de fysiotherapeut bij u langs om te controleren of u voldoende diep kunt doorzuchten. Als er slijm in uw longen zit, helpt hij/zij u met het ophoesten daarvan.

    Thoraxdrainage

    Tijdens de operatie legt de chirurg 1 à 2 slangen (drains) in uw borstholte (thorax), voor de afvoer van overtollig wondvocht. Deze thoraxdrains gaan er meestal de eerste of tweede dag na de operatie uit. In geval van overmatig bloedverlies kan een operatie nodig zijn om de lekkage te verhelpen.

    ICP-meting

    In de hersenen en het ruggenmerg zit vloeistof (hersenvocht). De druk daarvan wordt gemeten met een slangetje (draintje) in de rug. ICP staat voor Intracranial pressure, de druk in het hoofd. Bij een bepaalde waarde laten de verpleegkundigen van de Intensive Care het overtollige hersenvocht aflopen om de doorbloeding van het ruggenmerg te bevorderen. Dit vermindert de kans op hersen- en rugbeschadigingen. Dit draintje blijft maximaal72 uur in de rug zitten.

    Lichaamstemperatuur

    Omdat uw lichaam tijdens de operatie is afgekoeld, houden wij uw temperatuur in de gaten. Met behulp van een warmtedeken wordt u langzaam opgewarmd. Uw huid ziet nog bleek en roze van het ontsmettingsmiddel.

    Voeding

    De eerste 2 dagen na de operatie krijgt u niets te eten of te drinken. U krijgt uw vocht en voedingsstoffen dan via het infuus. Na 2 dagen kunt u voorzichtig kleine beetjes water gaan drinken (als u inmiddels van de beademingsmachine af bent). Zodra uw maag en darmen weer goed op gang komen, mag u heldere dranken gaan drinken en daarna vloeibaar eten. Het is normaal dat u na de operatie weinig eetlust en energie hebt. Probeer echter goed te eten om niet te verzwakken (zie ook ‘Terug naar de verpleegafdeling’).

    Pijnstilling

    Na de operatie zult u veel last hebben van de operatiewond en hebt u waarschijnlijk pijnlijke spieren vanwege uw houding op de operatietafel. Daarom krijgt u regelmatig pijnstillende middelen toegediend via het infuus. Afdoende pijnstilling is belangrijk voor uw genezing. Als u weinig of geen pijn hebt, voelt u zich beter, beweegt u beter, is uw ademhaling beter en blijft uw bloeddruk beter op peil.

    Acute verwardheid (delier)

    Het kan zijn dat er na de operatie opeens onrust en verwardheid ontstaat. Dit noemen we ook wel een delier en zien we vaker ontstaan na een operatie. Deze verwardheid is tijdelijk en wordt veroorzaakt door het lichamelijk ziek zijn.

    Uit bed

    Als u lichamelijk voldoende bent hersteld, zullen wij u stimuleren om geleidelijk aan wat in beweging te komen (mobiliseren). Uit bed komen en bewegen vermindert de kans op een aantal complicaties aanzienlijk.

    Terug naar de verpleegafdeling

    Als uw algemene toestand dit toelaat, kunt u (waarschijnlijk) na een dag of 5 weer terug naar de verpleegafdeling. Als alles naar wens gaat,  verblijft u tussen de 2 en 4 weken op deze afdeling verblijven om verder te herstellen.  Het is mogelijk dat u voor verder herstel wordt overgeplaatst naar een ziekenhuis in de regio waar u woont. 

    Vooral de eerste dagen na terugkomst op  de verpleegafdeling zullen u misschien tegenvallen. U hebt weinig tot geen eetlust, u voelt zich slap en lamlendig en u zult zich vooral na elke geringe inspanning erg moe voelen. Dit komt vooral door uw sterk ver-minderde conditie. 

    De arts komt dagelijks bij u langs om uw herstel nauwlettend te volgen en medische controles uit te voeren.

    De operatiewond

    De wond zal de eerste dagen nog pijnlijk zijn. U krijgt hiervoor regelmatig pijnstilling. De wond is gehecht met nietjes. De vepleegkundige verwijdert de helft van deze nietjes rond de tiende dag na de operatie, de overige een dag later.

    Dagelijkse verzorging

    Na verloop van enkele dagen zult u weer steeds meer zelf gaan doen, zoals uit bed komen, wassen en aankleden. De verpleegkundigen zullen u hierbij begeleiden en waar nodig helpen. 

    Voeding

    Voeding speelt een grote rol bij uw herstel. Het kan voorkomen dat u na de operatie langere tijd een slechte eetlust hebt, waardoor uw gewicht fors kan afnemen.  De diëtist komt bij u langs om uw voeding met u te bespreken. Ook als uw eetlust na de operatie goed is en uw gewicht stabiel blijft, is het belangrijk dat u gezonde voeding gebruikt. Informatie over gezonde voeding vindt u in de informatie ‘Een hart voor goede voeding’ dat u via de keuken ontvangt.

    Fysiotherapie op de afdeling

    Op de afdeling zal de fysiotherapeut de controle van de ademhaling voortzetten; hij helpt u met doorzuchten en eventueel ophoesten van slijm. Vóór de operatie hebt u een ademvolumetrainer gekregen, waarmee u ook na de operatie de inademing oefent. 

    De fysiotherapeut besteedt ook aandacht aan het mobiliseren (revalideren). U gaat onder begeleiding wandelen; eerst op de kamer en later over de gang van de afdeling. Tenslotte oefent u het traplopen, nog steeds samen met de fysiotherapeut. Hij let steeds op uw polsslag, houding, ademhaling en uithoudingsvermogen.  In overleg met de fysiotherapeut mag u ten slotte zelf gaan wandelen.

    Begeleiding

    Deze ziekenhuisopname is voor u en uw naasten misschien een periode van veel vragen, onzekerheden en zorgen over de toekomst. U kunt daar natuurlijk over praten met de verpleegkundige of de arts. Daarnaast kunt u voor steun en begeleiding een beroep doen op de volgende ziekenhuismedewerkers:

    Maatschappelijk Werk

    Als u daar prijs op stelt, komt een van de maatschappelijk werkers van de afdeling bij u langs voor een gesprek. Gezamenlijk stelt u in dat gesprek vast of u naast de medische begeleiding ook begeleiding wilt bij de emotionele en psychische gevolgen van uw opname.  Als u dat wilt, zal de maatschappelijk werker u verder begeleiden, ook als u weer thuis bent. U kunt de verpleegkundige vragen om een gesprek met de maatschappelijk werker. U kunt Maatschappelijk Werk ook zelf bellen.

    Geestelijke Verzorging

    Wilt u tijdens uw opname contact hebben met een medewerker van de Geestelijke Verzorging voor een gesprek en ondersteuning? Meld dit dan aan de  verpleegkundige van de afdeling. Als u thuis bent, kunt u zelf contact opnemen met Geestelijke Verzorging.

    Ontslag

    Tijdens uw verblijf op de verpleegafdeling krijgt u de informatie "TAAA-operatie: Adviezen voor thuis". Ook wordt u verder voorbereid op uw ontslag. U gaat met ontslag wanneer u zich weer helemaal zelf kunt verzorgen en weer kunt traplopen.

    Als uw herstel naar wens verloopt, is dat 2 tot 4 weken na de operatie. U bent dan nog niet helemaal ‘de oude’. Het kan een half jaar tot een jaar duren voordat u helemaal hersteld bent. 

    Voordat u naar huis gaat, hebt u een  ontslaggesprek met de (assistent) cardioloog, de assistent hart-longchirurg of de verpleegkundig specialist die u vanaf de operatie gevolgd heeft. 

    U krijgt de volgende papieren mee naar huis:

    • een brief voor uw huisarts plus een kopie voor uzelf;
    • een recept voor medicijnen;
    • een brief voor de trombosedienst (met een afspraak wanneer ze u thuis komen prikken);
    • als u bij het St. Antonius Ziekenhuis onder behandeling blijft, krijgt u een poli-afspraak voor over 3 weken bij de cardioloog. Als u onder controle bent bij een ander ziekenhuis, dan moet u de afspraak met de verwijzend specialist daar zelf maken;
    • een poli-afspraak voor over 3 maanden bij de hart-longchirurg die u geopereerd heeft en (daaraan voorafgaand) een CT-scan van uw aorta.

    Mogelijke complicaties

    Iedere operatie brengt bepaalde risico’s met zich mee. De kans op complicaties is onder andere afhankelijk van uw algehele conditie vóór de operatie. Daarom wordt u vóór de operatie uitvoerig onderzocht en worden er zo nodig voorzorgsmaatregelen getroffen.

    Complicaties die na operaties kunnen voorkomen zijn:

    • wondinfectie (ontsteking van de wond);
    • trombose (bloedstolsels);
    • longembolie (een bloedstolsel in de longen);
    • bloedingen;
    • beschadigingen van de zenuwen;
    • longontsteking (komt na een operatie vaker voor dan normaal).

    Deze complicaties komen slechts af en toe voor. Ze kunnen meestal goed worden behandeld.

    Tijdens de TAAA-operatie kan (door onvoldoende bloedtoevoer) beschadiging van het ruggenmerg optreden. Dit kan een dwarslaesie tot gevolg hebben: een blijvende verlamming van het onderlichaam. Deze complicatie komt tegenwoordig niet zo vaak meer voor.

    Contact opnemen

    Heeft u na ontslag dringende vragen? Neem dan gerust contact met ons op.

    Tot 24 uur na ontslag

    • Tijdens kantooruren met de poli Cardiologie,  T 088 320 11 00.
    • Buiten kantooruren met de Spoedeisende Hulp, T 088 320 33 00.

    Na 24 uur na ontslag

    • Tijdens kantooruren met de poli Cardiologie , T 088 320 11 00.
    • Buiten kantooruren met de huisartsenpost in uw regio.

    Expertise en ervaring

    Het St. Antonius Hartcentrum is een toonaangevend behandelcentrum voor alle vormen van hartklachten en -aandoeningen. We maken hierbij gebruik van de nieuwste behandelmethoden en –technieken. We zijn bovendien het grootste hartcentrum van Nederland en leveren kwalitatief hoogwaardige zorg tot ver buiten de regiogrenzen.

    Jaarlijks voeren onze cardiologen en hartchirurgen gemiddeld 2000 hartoperaties en 2400 interventies (dotterbehandelingen, onderzoeken etc.) uit.

    Meer informatie

    Websites

    Uitgebreide informatie over het functioneren van het hart, hartaandoeningen, onderzoek en behandeling en ervaringen van patiënten leest u op:

    Filmpjes

    Gerelateerde informatie

    Code
    CAR 15-B