Aandoeningen

Toestand na een reanimatie (postanoxische encefalopathie)

Jaarlijks vinden in ons land ongeveer 1.900 succesvolle reanimaties plaats na een hartstilstand buiten het ziekenhuis, ook wel Out of Hospital Cardiac Arrest (OHCA) genoemd.

Door de hartstilstand komt de circulatie van bloed tot stilstand. Ook de hersenen krijgen hierdoor geen of te weinig bloeddoorstroming (cerebrale hypoperfusie). Hierdoor kunnen de hersenen beschadigen (postanoxische encephalopathie).

Op deze pagina snel naar

Meer over toestand na een reanimatie

Na een hartstilstand ontstaan hierdoor soms problemen in het nadenken (cognitieve problemen). Problemen met de aansturing van armen en benen komen veel minder vaak voor. Bij mensen met hart- en vaatproblemen komen cognitieve problemen wat vaker voor.

Symptomen

Naar schatting 40 tot 50% van alle overlevenden ondervindt een half jaar na de reanimatie nog hinder middels cognitieve problemen. De meest voorkomende problemen zijn:

  • geheugenstoornissen
  • aandachtsproblemen
  • executieve functiestoornissen (stoornissen die het doelmatig handelen hinderen)

Deze cognitieve problemen na een reanimatie zijn van blijvende aard en hebben invloed op het dagelijks functioneren van de patiënt en zijn/haar omgeving.

Behandelingen

Hartrevalidatie wordt in gang gezet via de cardioloog.

Vanwege de cognitieve problemen kan aanvullende therapie nodig zijn. De revalidatiearts kijkt dan samen met u wat het beste is: 

  • Advies en uitleg.
  • Eerstelijnstherapie, zoals ergotherapie, logopedie of psychologische begeleiding. 
  • Poliklinische revalidatiebehandeling (PRB) als er meerdere disciplines bij de behandeling betrokken zijn. De revalidatiebehandeling wordt individueel samengesteld uit onder andere diverse verschillende modules die ontwikkeld zijn voor de Centraal Neurologische Aandoeningen (CNA, waar de toestand na een reanimatie ook onder valt). Daarbinnen wordt uiteraard aandacht besteed aan de problemen die specifiek bij de toestand na een reanimatie voorkomen. Deze behandeling vindt meestal plaats ná het doorlopen van de hartrevalidatie, maar kan ook gecombineerd worden. 
Code
REV 23-A