Aandoeningen

Patellofemorale artrose (artrose van de knieschijf)

Patellofemorale artrose betekent slijtage van het kraakbeen (artrose) tussen de knieschijf (de patella) en het gootje van het dijbeen waar de knieschijf bij het buigen en strekken van de knie doorheen glijdt (de trochlea). Het kraakbeen in de rest van de knie is bij patellofemorale artrose nog goed.

Patellofemorale artrose kan ontstaan doordat de knieschijf in het verleden uit de kom is gegaan, of doordat de trochlea (het gootje van het dijbeen waar de knieschijf doorheen glijdt) niet goed is aangelegd.

Op deze pagina snel naar

Meer over patellofemorale artrose

Symptomen

De pijn zit bij patellofemorale artrose over het algemeen aan de voorzijde van de knie, rond de knieschijf. De pijn verergert bij bijvoorbeeld opstaan uit een stoel, traplopen, lopen op een onregelmatig oppervlak of lang zitten. Ook kan er sprake zijn van: 

  • nachtpijn
  • zwelling van de knie
  • stijfheid
  • het gevoel dat de knie blokkeert of instabiel is bij bewegen

Patellofemorale artrose hoeft overigens lang niet altijd tot pijnklachten te leiden.

Onderzoeken

Uw orthopedisch chirurg kan de diagnose stellen door te luisteren naar de klachten die u heeft en het verrichten van lichamelijk onderzoek van het aangedane been. Op een röntgenfoto van de knie is de artrose over het algemeen goed te zien. Soms laat uw orthopedisch chirurg een MRI-scan van uw knie maken.

Behandelingen

De meeste patiënten met patellofemorale artrose zijn goed te behandelen zonder operatie. De behandeling kan bestaan uit:

  • Bewegings- en sportadvies: het vermijden van activiteiten die een grote belasting geven op de knieschijf, zoals veel traplopen of fietsen met een zware versnelling.
  • Fysiotherapie: de fysiotherapeut kan ervoor zorgen dat de spieren van de bovenbenen goed sterk worden.
  • Pijnstillers: paracetamol, eventueel aangevuld met pijnstillers die ook ontstekingsremmend werken, zoals ibuprofen, naproxen of diclofenac.
  • Injecties: bij ernstige pijnklachten kan een injectie met een pijnstiller en ontstekingsremmer (cortisonen) gegeven worden.
  • Brace: bij sommige patiënten kan een brace de klachten doen verminderen. 
  • Afvallen: bij patiënten met overgewicht is het van groot belang om af te vallen naar een normaal gewicht (BMI <30). Op de website van het Voedingscentrum kunt u uw BMI berekenen. Bij elke kilo die de patiënt verliest, scheelt het bij activiteiten zoals traplopen maar liefst 7 kilo in belasting op de knie. De klachten kunnen hierdoor aanzienlijk minder worden of zelfs helemaal verdwijnen.

Als alle bovengenoemde behandelingen niet meer helpen, kan het zij dat u samen met uw orthopedisch chirurg kiest voor een operatie. Soms kan een kijkoperatie van de knie helpen, waarbij losse stukken kraakbeen worden verwijderd. Dit is echter alleen het geval bij patiënten waarbij de knie regelmatig blokkeert en er op de MRI-scan losse stukken kraakbeen te zien zijn.

De andere operatieve behandelmogelijkheid is het vervangen van het versleten kraakbeen door een prothese, zoals een patellofemorale prothese of een totale knieprothese. Welke operatie bij u wordt toegepast is afhankelijk van uw situatie.

Gerelateerde informatie

Uitgelicht

Code
ORT 93-A