Behandelingen & onderzoeken

Rondom de darmoperatie

Deze informatie is voor patiënten die binnenkort een darmoperatie ondergaan. De informatie gaat over hoe patiënten zich het beste kunnen voorbereiden op de ingreep, wat er gebeurt tijdens de operatie en wat belangrijk is voor het herstel na de operatie.

De informatie gaat niet in op specifieke medische zaken. Die medische kant van de operatie bespreekt de arts met de patiënt. Wij raden ook naasten en de eventuele partner van de patiënt aan deze informatie te lezen. Het is belangrijk dat zij begrijpen wat er met de patiënt gebeurt. 

Op deze pagina snel naar

Voor de operatie

Hieronder vindt u meer informatie over de voorbereidingen op de operatie.

Roken

Rookt u? Stop hier dan enkele weken voor de operatie mee. De kans op complicaties zoals een naadlekkage of wondinfectie is kleiner als u niet rookt. Vraag uw specialist of huisarts zo nodig om ondersteuning en advies. Of kijk op www.rokeninfo.nl.

Eten en drinken (nuchter zijn)

Het is noodzakelijk dat u voor de operatie een bepaalde periode niet eet of drinkt (‘nuchter’ blijft). Dit geldt als u narcose, een ruggenprik of een zenuwblokkade krijgt. Als u niet nuchter bent tijdens de ingreep, is de kans groter dat er tijdens de ingreep eten en drinken uit uw maag in uw longen terechtkomt. Dit kan leiden tot een ernstige longontsteking. Het is dus belangrijk dat u zich aan onderstaande voorschriften houdt. Als u niet nuchter bent, zullen wij er voor uw veiligheid voor kiezen om de operatie niet door te laten gaan.

Houd u aan de onderstaande voorschriften:

  • Tot 6 uren voordat u in het ziekenhuis moet zijn mag u 1 of 2 beschuitjes met jam eten.

Dit betekent dat als u zich bijvoorbeeld om 08.00 uur ’s morgens in het ziekenhuis moet melden, u vanaf 02.00 uur ’s nachts niets meer mag eten. Moet u zich bijvoorbeeld om 14.00 uur ’s middags melden, dan mag u vanaf 08.00 uur ’s morgens niets meer eten.

  • Tot 2 uren voordat u in het ziekenhuis moet zijn mag u heldere vloeistoffen drinken. Dit zijn: water, appelsap en thee ZONDER melk.

Dit betekent dat als u zich bijvoorbeeld om 08.00 uur ’s morgens in het ziekenhuis moet melden, u vanaf 06.00 uur ’s morgens niets meer mag drinken. De afgesproken medicatie mag u wel met een slokje water innemen op de dag van de operatie.

Laxeren

Of uw darmen ‘schoon’ moeten zijn, hangt af van de ingreep. Ook de manier waarop de darmen leeg worden gemaakt, hangt af van de operatie. Hieronder kunt u zien wat voor welke operatie geldt. Uw arts vertelt u wat voor u van toepassing is.

Hemicolectomie rechts/ileocoecaal resectie/dunnedarmresectie

  • Geen voorbereidingen nodig.

Hemicolectomie links/sigmoidresectie/rectumamputatie

  • U neemt 2 keer een Norgalax®. Dit is een laxeermiddel (in een tube) dat u rectaal inbrengt. U krijgt de tubes op het verpleegkundig spreekuur mee naar huis.
  • De eerste dosis neemt u de avond voor de operatie. De tweede dosis neemt u de ochtend van de operatie om 06.00 uur.

Zo gebruikt u Norgalax®:

  • Verwijder het dopje van de tube.
  • Knijp voorzichtig wat gel uit de tube, waardoor de spuitmond wat vettig wordt. Dit vergemakkelijkt het inbrengen.
  • Breng de spuitmond voorzichtig in het rectum en druk de tube leeg.
  • Houd de tube dichtgeknepen, terwijl u de spuitmond uit het rectum trekt.

Low anteriorresectie/HIPEC

  • U neemt 2 liter Moviprep®. Tijdens het verpleegkundig spreekuur krijgt u een recept mee, zodat u de Moviprep® bij de apotheek kunt ophalen.

Zo gebruikt u Moviprep®:

  • De dag voor de operatie mag u nog een licht verteerbare lunch.
  • Daarna mag u alleen nog heldere dranken zoals water, thee, zwarte koffie, appelsap en bouillon.
  • In de loop van de middag begint u met het drinken van de Moviprep®.
  • Het is belangrijk naast de Moviprep® voldoende (ca. 2 liter) heldere dranken te blijven drinken.
  • Let op: de voorbereiding zoals hier beschreven, wijkt iets af van de bijsluiter.

Medicijnen

U kunt op de ochtend van de operatie uw normale ochtendmedicijnen innemen, tenzij de arts of anesthesioloog (de verdovingsarts) anders met u heeft afgesproken. 1 à 2 uur voor de operatie krijgt u van de verpleegkundige 2 tabletten paracetamol om in te nemen. Dit is om alvast een zogenaamde ‘spiegel’ (niveau) van pijnstillers op te bouwen. Dit zorgt ervoor dat de pijn na de operatie draaglijker voor u is.

Scheren van de buik

Voor de operatie hoeft u zelf niet meer de buik te scheren. Dit wordt op de operatiekamer gedaan.

Toon meer over voor de operatie

Dag van de operatie

Hieronder vindt u meer informatie over wat er gebeurt op de dag van de operatie.

Opname

Op het afgesproken tijdstip komt u naar de afdeling. U kunt in de centrale hal van het ziekenhuis altijd de weg vragen. Een verpleegkundige verwelkomt u op de afdeling en maakt u wegwijs op uw kamer. Hebt u nog vragen, wensen of verwachtingen? Bespreekt u die gerust met de verpleegkundige. Met medische vragen kunt u terecht bij de afdelingsarts.

Neem iemand mee

U krijgt tijdens uw opname veel informatie. Daarom is het soms prettig als uw partner of iemand anders die dicht bij u staat, hier ook bij kan zijn. Overleg met de verpleegkundige wanneer dit nodig is.

Privacy

Wij beschermen uw privacy. Daarom geven wij tijdens uw opname alleen informatie aan de contactpersonen die u van tevoren hebt aangewezen.

De ochtend

  • U kunt u ’s morgens gewoon wassen, scheren, enzovoort.
  • Gebruik geen bodylotion, aftershave of andere huidverzorgende producten.
  • Verwijder eventuele prothesen (ook kunstgebit), sieraden, make-up en nagellak.
  • U krijgt van de verpleegkundige een blauw operatiepak aan.
  • In overleg mag u bepaalde medicijnen met een slokje water innemen.

Limonade en paracetamol

U krijgt 2 uur voor de operatie twee glazen aanmaaklimonade. Dit draagt bij aan uw herstel na de operatie. Daarna mag u tot de operatie niets meer drinken. Heeft u diabetes? Dan krijgt u suikervrije limonade.

Uitstel

Het komt helaas een enkele keer voor dat de operatie op het laatste moment moet worden uitgesteld vanwege een spoedgeval. Wij zijn ons ervan bewust dat dit erg vervelend is. We geven u zo spoedig mogelijk een nieuwe operatietijd of -datum door.

Naar de operatieafdeling

Als u aan de beurt bent, brengen twee vrijwilligers van de vervoersdienst u in uw bed
naar de operatieafdeling.

De operatie

De anesthesioloog

U maakt vlak voor de operatie kennis met de anesthesioloog (verdovingsarts). Mogelijk is dit een andere anesthesioloog dan u tijdens de voorbereiding heeft gesproken. Maar ook deze anesthesioloog is volledig op de hoogte van uw situatie en wensen. De anesthesioloog en/of zijn assistent zorgen voor pijnstilling en narcose. Ze blijven tijdens de hele operatie bij u.

Pijnstilling via epidurale katheter

In het voorbereidend gesprek heeft de anesthesioloog met u besproken welke vorm van pijnstilling tijdens en na de operatie wordt gebruikt. In sommige gevallen wordt een epidurale katheter ingebracht voor pijnstilling. Onder plaatselijke verdoving brengt de anesthesioloog eerst een epidurale katheter (dun slangetje) in tussen uw onderste ruggenwervels in de epidurale ruimte. Via dit slangetje krijgt u tijdens en na de operatie pijnstillers toegediend. Pijnstilling is belangrijk voor vlot goed herstel.

Narcose

Voordat u narcose krijgt, wordt u op bewakingsapparatuur aangesloten. U krijgt:

  • plakkers op uw borst: om uw hartslag te meten;
  • een knijpertje op uw vinger: voor controle van het zuurstofgehalte in uw bloed;
  • een bloeddrukband om uw arm: om uw bloeddruk in de gaten te houden;
  • een infuus met een infuusnaald in uw arm of op de hand om u zo nodig extra vocht, medicijnen of bloed te geven.
  • Daarna spuit de anesthesioloog via het infuus een snelwerkend slaapmiddel in. U valt binnen een halve minuut in diepe slaap.
  • Vervolgens krijgt u via het infuus de narcose. Dit is een combinatie van slaapmiddelen, pijnstillers en spierverslappers.
  • Als u onder narcose bent, krijgt u een plastic beademingsbuisje in uw keel. Dit wordt aan het eind van de operatie weer verwijderd.
  • Tijdens de operatie bewaakt de anesthesioloog of anesthesiemedewerker voortdurend uw bloeddruk, hartslag, ademhaling en vochtgehalte. Met de bewakingsapparatuur kunnen zij precies zien hoe uw lichaam op de operatie reageert. Zo nodig wordt de narcose bijgesteld en/of krijgt u extra vocht.

 

Toon meer over dag van operatie

Na de operatie

Hieronder vindt u meer informatie over uw herstel de dagen na de operatie.

Speciaal herstelprogramma

Na de operatie heeft u tijd nodig om te herstellen. Om dat herstel te bevorderen maken wij gebruik van een speciaal herstelprogramma. Dit programma staat bekend onder de naam ‘ERAS’ (Enhanced Recovery After Surgery, oftewel: beter herstel na een operatie).

De belangrijkste maatregelen uit dit programma na de operatie zijn:

  • een optimale pijnbestrijding  die maag en darmen zo min mogelijk belast;
  • zo snel als mogelijk weer uit bed om niet te veel spierkracht te verliezen;
  • weer snel beginnen met eten om zo weinig mogelijk gewicht en spierkracht te verliezen.

Terug op de afdeling

  • De verpleegkundige informeert uw contactpersoon, zodra u weer terug bent op de afdeling.
  • Verder controleert de verpleegkundige regelmatig uw hartslag, bloeddruk en wond.
  • Via het infuus in uw arm krijgt u vocht toegediend. Uw urine loopt vanzelf af via een slangetje dat in uw blaas is ingebracht (urinekatheter).
  • 2 dagen na de operatie verwijdert de verpleegkundige de urinekatheter en de epidurale katheter.
  • De verpleegkundige helpt u de eerste dag bij de lichamelijke verzorging met de dingen die u nog niet zelf kunt.
  • De afdelingsarts of verpleegkundig specialist komt dagelijks bij u langs. Hij vertelt u hoe de operatie is verlopen. Ook houdt hij de genezing van uw wond en uw algehele herstel in de gaten.
  • Als het nodig is, komt de fysiotherapeut bij u langs voor ademhalingsoefeningen.

Eten en drinken

Als u na de operatie goed wakker bent, kunt u wat drinken. Een glaasje water of een kopje thee bijvoorbeeld. Als dit goed gaat, kunt u beginnen met wat vloeibaar eten. Bijvoorbeeld een schaaltje vla. De dag na de operatie mag u wat meer eten en drinken. Bijvoorbeeld:

  • ontbijt met een beschuit en een kop thee;
  • lunch met een beschuit of een boterham, een schaaltje vla en iets te drinken;
  • avondeten met een boterham en een schaaltje vla, of een warme maaltijd.

U mag tussen de maaltijden door zoveel drinken als u wilt. Vanaf de dag na de operatie mag u in principe weer gewoon eten en drinken. Om uw ontlasting snel weer op gang te brengen, krijgt u 2x per dag magnesiumoxide-tabletten of een zakje macrogol.

Pijnbestrijding

Een goede pijnbestrijding is van groot belang voor uw herstel. U krijgt 2 dagen lang pijnstilling via de epidurale katheter. Daarnaast krijgt u 4x per dag 2 tabletten paracetamol.

Uit bed en in beweging

Het is belangrijk om de dag na de operatie al uit bed te komen. Dat lijkt misschien snel, maar het lukt de meeste patiënten goed. Het kan complicaties na de operatie voorkomen. De verpleegkundige helpt u om uit bed te komen en op de stoel te gaan zitten. U doet dit in principe 3x per dag, waarbij u telkens iets langer blijft zitten. Ook kunt u (onder begeleiding van de verpleegkundige) een wandelingetje op de kamer of op de gang maken.

Stoma

Als u bij de operatie een stoma hebt gekregen, dan zal de stomaverpleegkundige u en uw familie begeleiden in de verzorging ervan. U kunt ook de verpleegkundigen op de afdeling om hulp en/of informatie vragen. Wij hebben folders over dit onderwerp. Vraagt u gerust om een exemplaar bij de verpleegkundigen. Als u thuis hulp nodig hebt bij de verzorging van uw stoma, dan kunt u dit bespreken met de verpleegkundige. De verpleegkundige vraagt dan thuiszorg voor u aan. De stomaverpleegkundige bestelt de materialen die u thuis nodig hebt voor de stomaverzorging. Deze materialen krijgt u thuisbezorgd.

Begeleiding

Een darmoperatie ondergaan is ingrijpend. Naast het lichamelijk ongemak spelen misschien allerlei gevoelens zoals onzekerheid en angst een rol bij u en uw naasten. Als u behoefte hebt aan een luisterend oor, dan kunt u altijd terecht bij de maatschappelijk werker of de medewerkers van de Geestelijke Verzorging. De verpleegkundige kan u met hen in contact brengen.

Complicaties

Bij elke operatie kunnen complicaties voorkomen, zoals een bloeding of een longontsteking.

Dit zijn de belangrijkste complicaties na een dikke darmoperatie:

  • Naadlekkage

Dit is een lekkage van darminhoud bij de nieuwe verbinding van de darm. Dit kan een scala aan effecten geven maar kan in ernstige gevallen ook een buikvliesontsteking veroorzaken. U heeft dan last van een bolle gespannen buik, misselijkheid en overgeven, koorts en buikpijn. U kunt dan ernstig ziek worden wat kan leiden tot een opname  en kunt eventueel op de Intensive Care terecht komen. Bij een naadlekkage moet u vrijwel altijd opnieuw geopereerd worden. Ook is de kans groot dat een (tijdelijke) stoma noodzakelijk is. 

  • Wondinfectie

Dit is een ontsteking van de huid op de plaats van de hechtingen. De huid wordt rood en pijnlijk of er lekt wat wondvocht. Bij een wondinfectie wordt de wond soms een stukje opengemaakt zodat pus kan weglopen en de wond gespoeld kan worden.

  • Complicaties bij narcose

De kans is heel klein, maar houdt u rekening met (één van) de volgende complicaties bij narcose:

  • allergische reactie;
  • beschadiging van uw gebit bij het inbrengen van het beademings-buisje;
  • een beklemde zenuw in een arm of been door een ongelukkige houding tijdens de operatie: daardoor kunt u tijdelijk last hebben van wat krachtsverlies en tintelingen.
  • Maag- en darmproblemen

Het kan voorkomen dat uw maag en darmen na de operatie niet direct goed werken. U kunt dan langere tijd last hebben van misselijkheid en braken. Soms is het nodig een sonde in te brengen en u tijdelijk sondevoeding te geven.

Toon meer over na de operatie

Naar huis

Hieronder vindt u meer informatie over wanneer u naar huis kunt en wat u meekrijgt naar huis.

Wanneer naar huis

Als u goed herstelt, dan kunt u waarschijnlijk 3 tot 5 dagen na de operatie het ziekenhuis verlaten. Als er complicaties optreden, kan de opname langer duren. Uw arts of verpleegkundig specialist zal met u bekijken wanneer u naar huis mag.

U kunt naar huis wanneer:

  • u vast voedsel kunt eten;
  • u ontlasting hebt gehad of in elk geval windjes hebt gelaten;
  • de pijnstilling in tabletvorm voldoende is;
  • u zich in staat voelt om naar huis te gaan.

Wat krijgt u mee?

Voordat u naar huis gaat, krijgt u een aantal zaken mee:

  • instructies over uw activiteiten;
  • instructies over de verzorging van uw wond;
  • instructies en tips over eten en drinken;
  • eventuele medicijnen;
  • de ontslagbrief wordt digitaal verstuurd naar uw huisarts;
  • een afspraak voor uw eerstvolgende bezoek aan de polikliniek wordt aan u meegegeven met ontslag. Als deze nog niet gemaakt is, wordt deze nagestuurd naar uw thuisadres;
  •  een kaart met contactgegevens van de afdeling.

Uitslag weefselonderzoek

De uitslag van het weefselonderzoek is na ongeveer een week bekend. Er wordt dan een gesprek voor u gepland met uw arts. Deze afspraak hebt u, afhankelijk van de opnameduur tijdens de opname of op de poli bij de arts. Uw arts bespreekt dan ook met u of u meer behandeling nodig hebt.

Toon meer over naar huis

Weer thuis

Hieronder vindt u meer informatie over uw herstel thuis.

Verzorging van de wond

Bij een kijkoperatie heeft u vier kleine wondjes, waarvan één wat grotere onderaan de buik. Bij een open operatie heeft u één grotere wond, verticaal onderaan uw buik. De wondjes hebben geen speciale verzorging nodig. Er hoeft geen verband of pleister op, tenzij u dit zelf prettig vindt. U mag na twee dagen gewoon douchen. Dep de wondjes na afloop goed droog met een schone handdoek.

Open wond

Het kan zijn dat de chirurg de wond niet helemaal sluit. Dat betekent dat de onderliggende weefsels wel gehecht worden, maar de huid niet helemaal. Een open wond heeft wél speciale verzorging nodig. U en/of uw naaste krijgen hier tijdens uw opname uitleg over. Kunt u of kan uw naaste de wond niet verzorgen? Dan zorgt de verpleegkundige ervoor dat een wijkverpleegkundige dit komt doen.

U mag ook met een open wond gewoon douchen. Volg wel deze instructies goed op:

  • zorg dat de wond niet in aanraking komt met zeep;
  • bij douchen: spoel de wond goed uit;
  • na een bad: spoel de wond goed na met water;
  • dep de wond goed droog.

De genezing van een open wond duurt wat langer.

Litteken

Bij een kijkoperatie heeft u vier kleine littekens, waarvan één wat grotere onderaan de buik. Bij een open operatie heeft u één wat groter verticaal litteken onderaan uw buik.

Vitamine E-crème bij jeuk

De huid rondom de wond(jes) kan wat jeuken. Als de wond(jes) geheeld is/zijn, kunt u vitamine E-crème op het litteken en de huid eromheen smeren. Deze crème is verkrijgbaar bij de drogist.

Pijn

  • Paracetamol

Een beetje pijn na een darmoperatie is normaal. U kunt 4x per dag 2 tabletten paracetamol gebruiken.

  • Zo nodig morfinetabletten

Zo nodig krijgt u voor de eerste dagen thuis een recept mee voor oxycodon (langwerkende morfinetabletten) en oxynorm (kortwerkende morfinetabletten). U gebruikt in principe alleen oxycodon en paracetamol (4x per dag 2 tabletten). Heeft u ondanks deze pijnstiller(s) nog (veel) pijn? Dan kunt u daarnaast oxynorm gebruiken.

Afbouwen morfinetabletten

Gaat het goed met de pijn? Dan kunt u de pijnstillers in stappen afbouwen.

1. Gebruikt u oxycodon én paracetamol? Bouw dan eerst de oxycodon af.
2. Heeft u niet genoeg aan alleen paracetamol? Dan kunt u dit bij veel pijn combineren met de kortwerkende oxynorm.
3. Gaat het daarna goed met uw pijn? Bouw dan als laatste ook de paracetamol af.

Heeft u ondanks deze pijnstillers veel pijn? Neem dan contact op met uw casemanager.

Leefregels

Rust en beweging

  • Naast voldoende rust is het voor een goed herstel belangrijk dat u thuis weer snel in beweging komt. Ga daarom 2 tot 3x per dag minstens 10 minuten buiten wandelen. Breid dit uit zodra dit kan. Probeer goed rechtop te lopen. Dit helpt rugpijn voorkomen. (U zult merken dat traplopen nog vermoeiend is.)
  • Zorg voor een hoge stoel zodat u goed rechtop zit. U kunt dan makkelijker opstaan omdat u uw buikspieren minder hoeft aan te spannen.
  • U mag na zo’n twee weken weer wat licht huishoudelijk werk doen of kleine klusjes in en om het huis. Zwaarder werk zoals stofzuigen, ramen lappen en de was ophangen mag u nog niet zelf doen.
  • U mag de eerste 6 weken na de operatie niet meer dan 5 kilo tillen. Het kan zijn dat u bij uitbreiding van uw activiteiten spierpijn krijgt. Dit is niet erg. Maar het moet na een nacht slapen wel overgaan.
  • Moet u niezen, hoesten of (zwaar) persen? Geef dan met uw hand of een kussentje tegendruk op de wond.

Eten en drinken

Het is belangrijk dat u na de operatie niet (verder) afvalt en juist weer wat aankomt. Indien nodig kunt u hierbij hulp krijgen van de diëtist. Misschien heeft u iets aan deze tips:

  • probeer geen maaltijden over te slaan;
  • neem verdeeld over de dag meerdere kleine maaltijden in plaats van 3 grote;
  • bij een veranderde smaak: zoek producten die wél goed smaken;
  • wacht een paar dagen met voedingsmiddelen waar u misselijk van wordt of kramp van krijgt: probeer het later nog een keer; 
  • zorg bij elke maaltijd voor voldoende eiwitten: dit is belangrijk voor de opbouw van spieren en genezing van de wond (eiwit zit in vlees, vis, kip, ei, kaas, melkproducten, brood, noten, peulvruchten, sojaproducten).

Tips bij verminderde eetlust

  • neem energierijke tussendoortjes zoals chocolade, koek, vla, milkshake, noten, blokje kaas, stukje worst;
  • drink koffie of thee met suiker;
  • gebruik zoveel mogelijk volle zuivelproducten: volle yoghurt, volle melk, volvette kaas en milkshakes;
  • neem tussendoor een kop goed gevulde soep;
  • neem liever geen soep vóór de maaltijd: dit geeft snel een vol gevoel en remt de eetlust (een kop goedgevulde soep als tussendoortje kan natuurlijk wel);
  • besmeer uw boterham royaal met (room)boter of margarine en zoet of hartig beleg;
  • zorg dat de maaltijden er aantrekkelijk uitzien en neem de tijd om te eten.

Tips tegen misselijkheid

  • vraag uw arts of casemanager zo nodig om medicijnen tegen misselijkheid;
  • eet verder hier moet nog wat komen, maar wat?.

Aansterken

Thuis moet u nog ruim de tijd nemen om verder aan te sterken. De meeste mensen hebben 4 tot 6 weken nodig om te herstellen van een darmoperatie. Uw kracht en conditie komen pas terug na ongeveer 10 tot 12 weken, afhankelijk van de grootte van de operatie en uw leeftijd. Uw buikspieren zijn nog gevoelig. Uw buikwonden kunnen nog ‘trekken’, met name als u uw buikspieren gebruikt.

Ontlasting

De ontlasting kan na de operatie dun zijn en soms moeilijk op te houden. Soms heeft het lichaam een jaar nodig om zich aan te passen en de ontlasting dikker te maken.

Lichamelijke inspanning activiteiten en werk

Wanneer u weer thuis bent, kunt u uw dagelijkse activiteiten geleidelijk uitbreiden tot uw normale niveau. Forceer niets, maar let op wat uw lichaam aankan. Bouw op deze manier uw activiteiten op. Wanneer iemand zich weer ‘de oude’ voelt, verschilt van persoon tot persoon. Wanneer u zich goed voelt, kunt u weer gaan werken.

Hebt u zwaar werk waarbij u veel moet tillen? Wacht daar dan mee tot 6 weken na ontslag. Autorijden is geen probleem. Als u een (tijdelijke) stoma hebt gekregen, gelden andere regels. De stomaverpleegkundige vertelt u daar meer over.

Seks

U mag na de operatie gerust weer seks hebben. Hierbij geldt hetzelfde als bij de overige lichamelijke inspanningen: luister goed naar de mogelijkheden en behoeften van uw lichaam.

Sport

Als u zich voldoende zeker voelt, mag u direct na ontslag uit het ziekenhuis weer wandelen en fietsen. Sporten mag, maar houd rekening met uw conditie. Luister dus naar uw lichaam. Doe de eerste 6 weken niet aan krachtsport en andere sporten waarbij veel druk op uw buik en wondgebied komt. De meeste mensen kunnen na 8 tot 12 weken weer sporten. Zwemmen mag pas wanneer de wond volledig is gesloten en de hechtingen zijn verwijderd. De sauna mag u bezoeken wanneer de wond geheel genezen is. Dit duurt bij een gehechte wond zo’n 3 tot 6 weken; bij een open wond kan dit langer duren.

Medicijnen

Als u thuis medicijnen moet gebruiken, dan komt vóór het ontslag de apothekersassistent van de St. Antonius Apotheek bij u langs om met u de medicatie door te nemen. De apotheek zorgt dat u de juiste medicatie mee naar huis krijgt. Pijnstillers mag u gebruiken zolang u die na de operatie nodig hebt. U mag 4x per dag 1000 mg paracetamol hebben. Paracetamol is de standaard pijnstiller, tenzij de arts anders voorschrijft. Als u twijfelt of u bepaalde medicijnen wel mag nemen, bespreek dit dan met uw specialist. Lees altijd de
bijsluiter.

Toon meer over weer thuis

Overzicht per dag

  Dag operatie Dag 1 na operatie Dag 2 na operatie Dag 3 na operatie
Voeding Tot 2 uur voor de operatie mag u helder drinken. U krijgt aan- maaklimonade en 2 paraceta- mol. Na de operatie mag u drin- ken. Als u niet misselijk bent, krijgt u  ‘s avonds een vloeibare maaltijd.

U mag normaal eten: als ontbijt een beschuit of boterham met kopje thee, als lunch misschien iets meer.

‘s Avonds een licht verteerbare warme maaltijd.

U mag de normale voeding ver- der opbouwen. U gaat door met de normale voeding. De bijvoeding gaat door tot u weer uw gebruike- lijke hoeveelheden kunt eten.
Beweging ‘s Avonds gaat u even op de bedrand zitten met hulp van de verpleegkundige. U gaat 3x uit bed op de stoel met hulp van de verpleegkun- dige. U gaat minimaal 3x uit bed op de stoel met hulp van de ver- pleegkundige. Ook loopt u een eindje onder begeleiding van de verpleegkundige. Ga vandaag zoveel mogelijk uit bed en loop rond.
U kunt zich wassen aan de was- tafel of onder de douche.
 
Infuus U hebt een infuus in de arm. Als u voldoende drinkt, gaat ‘s avonds het infuus eraf en blijft de infuusnaald nog zitten. Nadat de pijnpomp gestopt is, wordt de infuusnaald verwijderd.  
Pijn Geef het aan als u pijn hebt. Vertel de verpleegkundige uw pijnscore (tussen 0 en 10). Geef het aan als u pijn hebt. Vertel de verpleegkundige uw pijnscore (tussen 0 en 10). Geef het aan als u pijn hebt. Vertel de verpleegkundige uw pijnscore (tussen 0 en 10).
De epidurale katheter voor de pijnbestrijding wordt gestopt en verwijderd, net zoals de uri- nekatheter.
 
Geef het aan als u pijn hebt. Vertel de verpleegkundige uw pijnscore (tussen 0 en 10).
Medicatie

U hebt een epidurale katheter
voor de pijnbestrijding.
U krijgt 4x per dag 2 parace-
tamol. ‘s Avonds een tabletje
Zofran om misselijkheid te
voorkomen.

U hebt nog de epidurale kathe-
ter voor de pijnbestrijding.
U krijgt 4x per dag 2 paraceta-
mol en 2x per dag 2 tabletten
magnesiumoxide om de ontlas-
ting op gang te helpen. Verder
zo nodig medicatie tegen de
misselijkheid.
 
U krijgt 4x per dag 2 paraceta- mol, eventueel aangevuld met een andere pijnstiller. De mag- nesiumoxide gaat door tot de ontlasting op gang is. Verder zo nodig medicatie tegen de mis- selijkheid. U krijgt 4x per dag 2 paraceta- mol, eventueel aangevuld met een andere pijnstiller. Indien nodig magnesiumoxide en iets voor de misselijkheid.
Toon meer over Overzicht per dag

Wanneer moet u contact opnemen?

Heeft u na de behandeling problemen of dringende vragen? Neem dan gerust contact met ons op. Op werkdagen van 09.00 tot 16.30 uur belt u naar onze poli Chirurgie. Buiten werktijden: belt u de huisartsenpost.

Neem direct contact met ons op

  • als u binnen 2 weken na opname koorts krijgt (meer dan 38 C) of toenemende pijn in de buik;
  • als u krampen in de buik krijgt of toenemend misselijk wordt en niet kan eten en drinken;
  • als de operatiewond ontstoken is. Een ontstoken wond komt niet vaak voor. U herkent een wondontsteking aan de volgende kenmerken:
    • de huid rondom de wond ziet rood, voelt warm aan en/of is gezwollen;
    • de pijn aan uw wond wordt erger;
    • er komt pus uit de wond;
    • u hebt koorts (temperatuur van 38,5 graden of hoger).
Toon meer over wanneer moet u contact opnemen

Expertise en ervaring

Het St. Antonius Ziekenhuis is één van de beste chirurgische centra van Nederland. Onze chirurgen zijn trots op de expertise in gecompliceerde chirurgische aandoeningen en zorg, maar ook op het perfectioneren van de zorg die nodig is bij veelvoorkomende, minder complexe aandoeningen. Hierbij kunt u denken aan galstenen (meer dan 600 patiënten per jaar), liesbreuken (meer dan 500 patiënten per jaar), spataderen (meer dan 1200 patiënten per jaar), aambeien en (vet)bulten.

We werken met de nieuwste onderzoeks- en behandeltechnieken en passen graag behandelingen toe die minder belastend zijn voor de patiënt. Dankzij een minder belastende ingreep verloopt het herstelproces sneller en komen complicaties minder vaak voor.
 

Code
CHI 50-AD