Behandelingen & onderzoeken

Barrett slokdarm: behandeling met radiofrequente ablatie

Bij een Barrett slokdarm is de binnenkant van het onderste deel van de slokdarm veranderd door langdurig contact met maagzuur. Deze verandering kan leiden tot dysplasie (een voorstadium van kanker). Dit kan goed behandeld worden met radiofrequente ablatie.

Een Barrett slokdarm geeft een verhoogde kans op slokdarmkanker. Ongeveer 3 van de 100 mensen met Barrett krijgen slokdarmkanker. Slokdarmkanker is goed te behandelen, als deze vroeg wordt ontdekt. Dysplasie is een voorstadium van kanker. Er zijn twee soorten dysplasie:

  • Laaggradige dysplasie
  • Hooggradige dysplasie

Bij hooggradige dysplasie is er meer ‘onrust in de cellen’ dan bij laaggradige dysplasie. Dat wil zeggen dat de cellen zich minder als normale cellen gedragen.

Om er vroeg bij te kunnen zijn, is het belangrijk dat mensen met een Barrett slokdarm zich regelmatig laten onderzoeken. Dat gebeurt met behulp van een onderzoek, waarbij de arts met een endoscoop in de slokdarm kijkt. Een endoscoop is een flexibele slang met een cameraatje op het eind. Hiermee kan de arts  de slokdarm, de maag en de darmen bekijken. De endoscoop bevat naast een cameraatje ook een werkkanaal waar kleine instrumenten doorheen kunnen.

Op deze pagina snel naar

Meer over radiofrequente ablatie

Wat betekent radiofrequente ablatie?

  • Radiofrequente straling maakt deel uit van het elektromagnetische spectrum. Het gaat hier om golven met een hoge frequentie (veel trillingen per seconde). Licht en radiogolven zijn andere voorbeelden van elektromagnetische straling. Het gaat hier dus niet om radioactieve straling.
  • Ablatie betekent ‘branden’.

Voorbereiding

Eten en drinken

Onderzoek in de ochtend

Voor het onderzoek is het van belang dat u nuchter bent. Dit betekent dat u de avond voor het onderzoek vanaf middernacht niet meer mag eten. U mag nog wel drinken (alleen heldere dranken, zoals water en/of thee) tot 2 uur voor het onderzoek.

Onderzoek in de middag

Bent u om 12.00 uur of later aan de beurt, dan mag u ‘s morgens om 07.00 uur nog een licht ontbijt. Dit houdt in: 1 of 2 beschuiten met zoet beleg en thee of zwarte koffie. Daarna mag u niets meer eten. U mag nog wel drinken (alleen heldere dranken, zoals water en/of thee) tot 2 uur voor het onderzoek.

Bloedverdunners

Of bloedverdunners gestaakt dienen te worden voorafgaand aan het onderzoek verschilt per patiënt. Uw arts bespreekt met u of u de bloedverdunners enkele dagen voor het onderzoek moet stoppen. Uw arts overlegt daavoor eventueel met de maag-darm-leverarts.

Heeft u geen instructies gehad van uw arts? Neem dan uiterlijk 7 dagen voor het onderzoek contact op met de arts die het onderzoek voor u heeft aangevraagd.

Meld uw medicijngebruik ook bij de arts die het onderzoek uitvoert.

Bekende bloedverdunnende middelen zijn acenocoumarol (Sintrom®), fenprocoumon (Marcoumar®), clopidogrel (o.a. Plavix® en Grepid®), ), rivaroxaban (Xarelto®), dabigratan (Pradaxa®), apixaban (Eliquis®), ticagrelor (o.a. Brilique® en Possia®), dypiridamol (Persantin®), carbasalaatcalcium (Ascal®) en acetylsalicylzuur.

Diabetesmedicatie

Als u diabetespatiënt bent, moeten uw medicijnen mogelijk aangepast worden tijdens de voorbereiding van dit onderzoek. Misschien kunt u uw medicijnen later nemen of overslaan. Overleg met uw arts die het onderzoek voor u heeft aangevraagd, met uw internist of met uw huisarts.

Wat neemt u mee naar het ziekenhuis?

De meeste patiënten mogen snel na de behandeling naar huis. Maar in sommige gevallen vindt de arts het beter dat u een nachtje wordt opgenomen, bijvoorbeeld als er tijdens de behandeling een kleine bloeding is ontstaan, of als u op leeftijd bent of geen goede gezondheid heeft. Neem daarom voor de zekerheid wat spulletjes mee voor de nacht, zoals nachtkleding, toiletspullen en eventuele medicijnen.

Behandeling

Vlak voor de behandeling

U meldt zich op de afgesproken tijd bij de balie van Endoscopie. Een verpleegkundige bereidt u voor op wat er komen gaat:

  • We vragen u uw eventuele gebitsprothese uit te doen;
  • U krijgt een drankje dat het schuimen van de maaginhoud tegengaat;
  • Uw keel wordt verdoofd met een spray met bananensmaak. Dit vermindert de braakreflex. De meeste mensen vinden het sprayen van de keel niet prettig, maar het is wel belangrijk;
  • U krijgt een infuusnaaldje. Via het infuus krijgt u een slaapmiddel, een pijnstiller en eventuele andere medicatie toegediend. Het slaapmiddel (Dormicum®) houdt u tijdens de behandeling in een lichte slaap. Na afloop kunnen de meeste patiënten zich dan ook niets meer van de behandeling herinneren. Maar omdat Dormicum® een licht slaapmiddel is, kan het wel eens gebeuren dat een patiënt wakker wordt tijdens de behandeling. In dat geval kan er extra slaapmiddel worden gegeven;
  • Tijdens de behandeling krijgt u een beschermring (bijtring) in uw mond om uw tanden en de endoscoop te beschermen;
  • Tijdens de behandeling meten we met behulp van een knijpertje op uw oor of vinger uw hartslag en het zuurstofgehalte in uw bloed.

De ingreep

Bij radiofrequente ablatie (RFA) verhitten we het meest oppervlakkige laagje van de slokdarmwand even heel sterk. Daardoor sterft dat laagje af en groeit er nieuw, gezond weefsel terug. RFA van de slokdarm wordt endoscopisch (met een kijkbuisje) uitgevoerd.

Voor het beste resultaat zijn er gemiddeld 3 RFA-behandelingen nodig met tussenpozen van 2 tot 3 maanden. De eerste behandeling gebeurt met een RFA-ballon. Bij de volgende behandelingen gebruiken we een kleiner ablatie-apparaatje dat op de endoscoop kan worden vastgemaakt.

Om het herstel te bevorderen, krijgt u na de behandeling goede zuurremmende medicatie.

Afwijkingen in de slokdarm

Als er zichtbare afwijkingen in de slokdarm zijn, worden die meestal eerst verwijderd door middel van endoscopische resectie. Daarna wordt de rest van het aangedane slijmvlies weggehaald met RFA. Het komt ook voor dat patiënten geen zichtbare afwijkingen hebben, maar wel dysplasie (vastgesteld met een microscoop). Deze patiënten krijgen alleen een RFA.

Behandeling met een RFA-ballon

barrett slokdarmbehandeling met radiofrequente ablatie

Barrett slokdarmbehandeling met RFA-ballon

Bij deze methode gebruiken we een ballon waar een dunne metalen draad omheen zit. Als de ballon aan wordt gezet, verhit deze draad het aangetaste weefsel. De behandeling gaat als volgt:

  • Er wordt een leeg ballonnetje in uw slokdarm gebracht;
  • Het ballonnetje wordt voorzichtig opgeblazen. Zo meten we hoe wijd uw slokdarm is. Dan weten we hoe groot de behandelballon moet zijn (afbeelding 1);
  • De juiste behandelballon wordt in de slokdarm geplaatst;
  • Daarna wordt ook de endoscoop (kijkbuis) ingebracht;
  • De RFA-ballon wordt ongeveer 1 seconde ingeschakeld, zodat de slokdarmwand wordt verhit (afbeelding 2);
  • De ballon wordt een stukje verplaatst en nogmaals ingeschakeld;
  • Dat gaat zo door tot het hele Barrett gedeelte van de slokdarm is behandeld;
  • De ballon en de endoscoop worden verwijderd;
  • Het behandelde gebied wordt schoongemaakt (afbeelding 3).

Duur behandeling 

De hele procedure duurt ongeveer 30 minuten.

RFA-behandeling met een ablatie-apparaatje op de endoscoop

Als na de eerste behandeling met de RFA-ballon de slokdarm is genezen, zijn er meestal nog kleine plekjes Barrett slijmvlies over. Dit komt omdat de RFA-ballon niet overal contact heeft gehad met de slokdarmwand. Deze resterende plekjes behandelen we met een apparaatje dat we op de endoscoop kunnen bevestigen (zie afbeelding 4).

barrett slokdarmbehandeling met radiofrequente ablatie

Barrett slokdarmbehandeling met RFA-apparaatje

Op dit apparaatje zit (net als op de ballon) een metalen draadje dat warmte afgeeft.

De behandeling gaat als volgt:

  • Het apparaatje wordt naar het te behandelen plekje gebracht;
  • Het apparaatje wordt ingeschakeld, zodat de slokdarmwand wordt verhit;
  • Dit gaat zo door tot alle Barrett gebiedjes zijn behandeld;
  • De endoscoop wordt verwijderd;
  • Het behandelde gebied wordt schoongemaakt.

Duur behandeling

De hele procedure duurt ongeveer 30 minuten.

Naar huis

Na afloop van de behandeling gaat u naar de herstelkamer waar u ongeveer 2 uur verblijft. De meeste patiënten gaan daarna naar huis.

Nazorg

Medicatie

U krijgt medicijnen voorgeschreven die zorgen dat het maagzuur zo min mogelijk op het behandelde gebied kan inwerken. Daardoor kan de wond in uw slokdarm goed genezen. Het is dan ook heel belangrijk dat u de medicijnen precies volgens de voorschriften inneemt. U krijgt het recept en de instructies na de behandeling mee.

Pijnklachten

De eerste uren na de behandeling kunt u last hebben van een opgeblazen gevoel en pijn in uw buik. Dit komt doordat er tijdens de behandeling lucht in de slokdarm, maag en darmen wordt geblazen.

De oppervlakkige brandwond in uw slokdarm kan een stekende pijn in uw bovenbuik en/of achter uw borstbeen veroorzaken. Deze pijn vermindert meestal een aantal dagen na de behandeling. Maar soms kan de pijn 1 tot 2 weken aanhouden. Na de behandeling krijgt u informatie mee over wat u kunt doen bij pijnklachten.

Eten en drinken

De dag na de behandeling mag u in principe alles weer eten en drinken. We raden u wel aan te beginnen met zacht voedsel zoals vla, yoghurt en brood zonder korstjes. Pittig gekruide, zure en hete gerechten kunt u de eerste 2 weken beter vermijden.

Vervolgafspraken

Ongeveer 3 maanden na de behandeling wordt u verwacht voor een controlebezoek. U krijgt daar automatisch bericht over. Als het gehele behandeltraject (doorgaans bestaande uit drie RFA-behandelingen) achter de rug is, wordt gecontroleerd of al het Barrett slijmvlies ook echt weg is. Er worden dan biopten (kleine hapjes) uit de slokdarmwand genomen op de plek waar het Barrett slijmvlies zat. Deze biopten worden door de patholoog beoordeeld.

Risico's en complicaties

Bij RFA ontstaat er een oppervlakkige brandwond in de slokdarm. Dit kan zorgen voor irritatie van de keel en pijn achter het borstbeen. Verder hebben patiënten weinig of geen klachten na de behandeling. De kans op complicaties is zeer klein. In theorie kunnen er toch complicaties optreden zoals:

  • Ontsteking van de slokdarm met de vorming van zweren;
  • Vernauwing van de slokdarm;
  • Perforatie (een gaatje in de slokdarmwand);
  • Beschadiging van keel of stembanden.

Tot nu toe zijn deze complicaties in de praktijk echter niet gemeld. De kans dat dergelijke complicaties optreden, lijkt dus klein.

Wanneer contact opnemen?

Neem direct contact met ons op als:

  • U na de behandeling bloed opbraakt of zwarte, teerachtige ontlasting hebt. Er kan dan sprake zijn van een bloeding;
  • U aanhoudende, erge pijn heeft in uw bovenbuik of achter het borstbeen;
  • U hoge koorts heeft;
  • Uw eten niet goed naar uw maag ‘zakt’, maar in uw slokdarm blijft steken.

Tijdens kantooruren belt u uw behandelend arts of de onderzoeksverpleegkundige. 

Buiten kantooruren of als u de arts niet kunt bereiken, belt u naar het algemene nummer van het St. Antonius Ziekenhuis en vraagt u naar de dienstdoende maag-darm-leverarts, via 088 320 30 00.

Expertise en ervaring

U kunt bij ons terecht voor veelvoorkomende behandelingen, maar ook voor veel complexe ingrepen. Jaarlijks behandelen wij ruim 11.000 patiënten op de poli en voeren wij gemiddeld 15.000 endoscopieën uit. Hiermee is ons MDL-centrum één van de grootste centra in Nederland.

Aandacht en persoonlijke zorg voor de patiënt staan centraal. Samen met u stellen we het best mogelijke behandelplan op. U krijgt altijd een vaste hoofdbehandelaar als aanspreekpunt. Deze behandelaar weet alles over uw behandeltraject en blijft hier nauw bij betrokken. Kankerpatiënten, hepatitispatiënten en patiënten met ontstekingsziekten van de darm (IBD) kunnen gedurende het hele traject begeleiding krijgen van een team van vaste verpleegkundigen.

Gerelateerde informatie

Code
END 40-B