Aandoeningen

Maagkanker

Jaarlijks wordt in Nederland bij ongeveer 2.000 mensen maagkanker vastgesteld. Deze soort kanker komt bij mannen meer voor dan bij vrouwen. Het merendeel van de mensen die maagkanker krijgen is ouder dan 60 jaar. Er bestaan verschillende soorten tumoren van de maag. Deze soorten tumoren onderscheiden zich door het type weefsel waaruit ze bestaan.

De vorm van maagkanker die het meest (ongeveer 95% van alle vormen) voorkomt, heet adenocarcinoom. Adenocarcinoom ontstaat in het slijmvlies van de maag.

Op deze pagina snel naar

Meer over maagkanker

Groeiwijze

In het beginstadium van maagkanker kan een tumor nog beperkt zijn tot een klein gebied in de maag, zonder doorgroei in de maagwand. Een gezwel in de maag kan vervolgens op verschillende wijzen groeien:

  • Een tumor kan via de maagwand in het onderste deel van de slokdarm groeien.
  • Een tumor kan via de maagwand in het bovenste deel van de dunne darm groeien.
  • Een tumor kan dwars door de maagwand groeien, de buitenkant van de maag bereiken en daar doorgroeien in aangrenzende organen.

Kankercellen die in lymfevaten of in bloedvaten terecht komen kunnen met de stroom meegenomen worden. Dit kan leiden tot uitzaaiingen in de lymfeklieren of in de lever en de longenKankercellen die losraken en in de buikholte terechtkomen, kunnen uitgroeien tot uitzaaiingen in het buikvlies. Er kan dan vocht in de buik ontstaan waardoor deze in omvang toeneemt en pijnlijk kan aanvoelen.

Oorzaak

De exacte oorzaak van het ontstaan van maagkanker is niet bekend. Wel zijn er risicofactoren bekend die de kans op het ontstaan van deze soort kanker doen toenemen. Van een aantal goedaardige maagaandoeningen is bekend, dat mensen die daaraan lijden een verhoogd risico hebben op het krijgen van maagkanker. Daarnaast kunnen bij maagkanker voedingsgewoonten van invloed zijn. Erfelijkheid speelt bij maagkanker zelden een rol.

Het is bekend dat sommige mensen een groter risico op maagkanker hebben. Het betreft:

  • Mensen die roken.
  • Mensen bij wie vele jaren geleden (een deel van) de maag is verwijderd.
  • Mensen met een bepaald type ontsteking van het maagslijmvlies: chronische atrofische gastritis.

Sinds een aantal jaren is bekend dat een bacterie, de Helicobacter pylori, een belangrijke rol speelt bij het ontstaan van maagkanker. Dat wil echter niet zeggen dat aanwezigheid van deze bacterie altijd maagkanker tot gevolg heeft. Besmetting met deze bacterie vindt in Westerse landen steeds minder plaats, zodat het aantal mensen met maagkanker in deze gebieden daalt.

Symptomen

Maagkanker geeft in een vroeg stadium meestal geen klachten. Op een bepaald moment kunnen een of meer van de volgende klachten ontstaan:

  • Vermoeidheid en duizeligheid ten gevolge van bloedarmoede.
  • Gewichtsverlies door verminderde eetlust en afkeer van bepaald voedsel.
  • Een pijnlijk gevoel in de maagstreek, misselijkheid en een vol gevoel in de bovenbuik.
  • Bij een tumor in het gebied van de maagingang kunnen 'passage' klachten optreden. U kunt het gevoel hebben dat het eten niet wil zakken en blijft steken achter het borstbeen.

Genoemde klachten hoeven niet op maagkanker te wijzen. Zij kunnen ook optreden bij andere (goedaardige) aandoeningen. Omdat maagkanker in het begin geen of weinig klachten geeft wordt de ziekte vaak pas in een laat stadium ontdekt. Hierdoor is een curatieve (genezende) behandeling niet altijd meer mogelijk. Van alle maagkankerpatiënten is gemiddeld 20% vijf jaar na de diagnose nog in leven.

Onderzoeken

Als u met klachten bij uw huisarts komt, zal hij u eerst lichamelijk onderzoeken. Zo nodig zal hij verder onderzoek in het ziekenhuis aanvragen of u verwijzen naar de Maag-Darm-Leverarts. Die zal u verder onderzoeken als uw klachten daartoe aanleiding geven. De meest gebruikelijke onderzoeken zijn: laboratoriumonderzoek, (bloedonderzoek) en gastroscopie/duodenoscopie (maagonderzoek).

Als bij u maagkanker is geconstateerd, zijn er onderzoeken nodig om na te gaan hoe ver de ziekte zich heeft uitgebreid en of er uitzaaiingen zijn. Dit is belangrijk om de verdere behandeling te kunnen bepalen. Mogelijke onderzoeken kunnen zijn: een duodenoscopie (gastroscopie) als deze nog niet is uitgevoerd, CT-scan of PET-scan, endo-echografie en een laparoscopie.

Behandelingen

Bij maagkanker zijn (meestal) meerdere behandelingen mogelijk. Uw arts bespreekt wat de behandelopties zijn in uw situatie en houdt hierbij rekening met uw persoonlijke wensen en voorkeuren. De mogelijke behandelingen zijn een operatie, chemotherapie, bestraling (radiotherapie) en het plaatsen van een stent (buisje om de doorgang naar de maag open te houden). Vaak is een combinatie van deze behandelmethoden nodig.

Maagkanker wordt behandeld in het Regionaal Academisch Kankercentrum Utrecht (RAKU).

Expertise en ervaring

Het MDL-centrum van het St. Antonius Ziekenhuis is het grootste behandelcentrum voor  maag- darm- en leverziekten in Midden-Nederland. Wij behandelen alle veel voorkomende en een groot aantal zeldzame aandoeningen van de (slok)darm, maag, lever, alvleesklier en galwegen. Ons MDL-centrum staat voor een duidelijke diagnose door ervaren artsen, innovatieve behandelmethoden en mensgerichte, persoonlijke zorg.

Het St. Antonius werkt voor de behandeling van maagkanker samen met het Universitair Medisch Centrum Utrecht en Meander Medisch Centrum Amersfoort in het Regionaal Academisch Kankercentrum Utrecht (RAKU).

Voeding en maagkanker

Het eten van groente en fruit beschermt tegen maagkanker. Geruime tijd is gedacht dat nitraatrijke groenten maagkanker zou bevorderen. In het laboratorium kan nitraat (samen met andere stoffen) worden omgezet in kankerverwekkende stoffen: nitrosaminen. In de praktijk echter verhinderen vitamines en bioactieve stoffen uit groenten dit proces. Afwisseling van groente is belangrijk. De richtlijn is dan ook: maximaal twee keer per week een portie van 200 gram nitraatrijke groenten en vijf keer een keuze uit de nitraatarme soorten.

Voedingsadviezen patiënten met maagkanker
Probeer vaker per dag kleine porties te eten: bedenk dat uw eetlust en smaakvoorkeur heel sterk kunnen wisselen. Ook uw reuk kan veranderen. Producten die de ene keer geen succes zijn, kunnen een andere keer best in de smaak vallen en omgekeerd.
Probeer energierijke producten te eten: producten die vet en suiker bevatten zoals koek, snoep, gebak, volle melkproducten, volvette kaas en room kunnen soms helpen ongewenst gewichtsverlies tegen te gaan. Het is de moeite waard om deze producten te proberen, ook al bent u die misschien niet gewend. Soms kan het zinvol zijn uw voeding aan te vullen met dieetpreparaten zoals een eiwit- of energierijke drinkvoeding, voedingssuiker of een eiwitrijk poeder. Overleg met uw diëtist of dat in uw situatie ook een goede keus is.

Verkleinde maag
Wanneer (een deel van) de maag is weggenomen, is de opslagcapaciteit van de maag verminderd. Als gevolg hiervan kunt u na een kleine maaltijd al het gevoel hebben verzadigd te zijn. Om toch voldoende voeding binnen te krijgen, is het goed elke twee uur iets te eten en de voeding over tenminste zes kleine maaltijden te verdelen.

Dumpingsyndroom
Na een operatie waarbij een deel van de maag verwijderd is, komt vloeibaar voedsel sneller en in grotere hoeveelheden in de dunne darm terecht. Dit noemt men 'dumping'. Sommige voedingsstoffen worden sneller dan normaal in het bloed opgenomen of er vindt een te snelle afbraak van voedsel plaats door het (gedeeltelijk) ontbreken van de maag. Dit kan een aantal lichamelijke reacties geven, die gepaard gaan met bepaalde klachten: het dumpingsyndroom. Na het eten kunt u dan last krijgen van de volgende krachten:

  • Misselijkheid;
  • Buikpijn;
  • Braken;
  • Diarree;
  • Hartkloppingen;
  • sterk transpireren;
  • neiging tot flauwvallen;
  • beverigheid;
  • sterk hongergevoel.

De klachten treden meestal een half uur (vroege dumping) na de maaltijd op, maar kunnen ook na anderhalf tot twee uur (late dumping) optreden. Dumpingklachten kunnen direct na een operatie ontstaan maar ook pas na verloop van tijd. Overigens krijgt niet iedereen te maken met deze klachten.

Door de voeding in zeer kleine porties over de hele dag en avond te verdelen, wordt voorkomen dat te grote hoeveelheden tegelijkertijd in de dunne darm komen. Veel drinken bij vaste voeding zorgt er ook voor dat het eten snel in de dunne darm spoelt. Daarom is het verstandig om bij een maaltijd niet meer dan één kopje vocht te gebruiken. Ook is het goed om bij het drinken (soep, koffie, thee etc) een kleinigheid te eten, zoals een toastje, biscuitje of koekje. Het vocht wordt daardoor wat gebonden, waardoor het minder snel naar de dunne darm gaat.

Voedingsproblemen bij patiënten die geen behandeling krijgen
Problemen die bij deze mensen veel voorkomen zijn: verminderde eetlust, afkeer van bepaald voedsel, pijn bij het eten, braken en vermoeidheid. Dat maakt goed eten vaak moeilijk. Een oplossing kan zijn om uw voeding aan te vullen met dieetpreparaten of gebruik te maken van volledige drinkvoeding. Uw diëtist kan daarover advies geven. Soms kan sondevoeding of kunstvoeding uitkomst bieden. 

Toon meer over voedingsadviezen voor patiënten met maagkanker

Meer informatie

Filmpje gastroscopie / duodenoscopie

Wilt u weten hoe een gastroscopie / duodenoscopie verloopt? Klik hier om naar Youtube te gaan om ons filmpje over gastroscopie / duodenoscopie te bekijken.

Patiëntenvereniging

SPKS, Stichting voor Patienten met Kanker aan het Spijsverteringskanaal

secretariaat@spks.nl
www.spks.nl

Voor informatie over lotgenotencontact:
KWF Kanker Infolijn: 0800-0226622 (gratis)
(ma-vrij: 9.00-12.30 en 13.30 - 17.00 uur).

Overige websites

Informatie over gezonde voeding vindt u op:

Code
MDL 67-A