Aandoeningen

Blaaskanker

Blaaskanker ontstaat vanuit het slijmvliesweefsel van de binnenbekleding van de blaas (epitheelcellen). In Nederland wordt per jaar in totaal bij ongeveer 5.200 mensen kanker in de blaas vastgesteld; vier keer vaker bij mannen dan bij vrouwen. Blaaskanker is daarmee de vierde meest voorkomende kankersoort bij mannen.

Bij blaaskanker zitten er een of meer kwaadaardige gezwellen in de blaas.

Op deze pagina snel naar

Meer over blaaskanker

Tumoren

De tumoren kunnen zowel goed- als kwaadaardig zijn. Goedaardige tumoren van de blaas worden goedaardige poliepen of benigne papillomen genoemd. De kans dat een tumor in de blaas goedaardig blijkt te zijn is ongeveer 5%. De resterende 95% is kwaadaardig; er is dan dus sprake van kanker. 

Er zijn bij blaaskanker verschillende stadia te onderscheiden: Men onderscheidt spierinvasieve en niet-spierinvasieve tumoren. Een spierinvasief groeiende tumor bevindt zich zowel in het blaasslijmvlies als in de blaasspier. Een niet-spierinvasieve tumor bevindt zich alleen in het blaasslijmvlies, maar kan bij een niet tijdige behandeling doorgroeien in de blaasspier.

Groeiwijzen

Een blaastumor groeit vrijwel altijd uit in de blaasholte. Bij onderzoek kunnen de volgende vormen worden onderscheiden:

  • Een vlakke, soms wat rode en hobbelige structuur die net boven het slijmvliesweefsel uitkomt. Vaak is dit het geval bij een niet-spierinvasieve tumor.
  • Een druiventros- of bloemkoolvormig gezwelletje dat met een dun steeltje verbonden is aan de blaaswand. Deze vorm is ook vaak een niet-spierinvasief groeiende tumor.
  • Een solide (vast, hecht, stevig) gezwel dat met een stevige, brede steel verbonden is aan de blaaswand. Hier is dan sprake van een spierinvasieve tumor.

Uitzaaiingen

Als de tumor is ingegroeid in de diepere lagen van de blaaswand, wordt het risico groter dat er kankercellen losraken die vervolgens in het lichaam worden verspreid. Via de lymfevaten kunnen losgeraakte kankercellen terechtkomen in de lymfeklieren rond de blaas en ergens anders in het lichaam. Op deze wijze kunnen uitzaaiingen in de lymfeklieren ontstaan. Bij verspreiding van kankercellen via het bloed kunnen uitzaaiingen ontstaan in organen zoals de lever en de longen en in de botten.

In Nederland wordt per jaar in totaal bij ongeveer 5.200 mensen blaaskanker vastgesteld. Daarvan hebben circa 2.600 mensen een spier-invasief groeiende blaastumor. De ziekte komt ongeveer viermaal zo vaak bij mannen als bij vrouwen voor. Blaaskanker wordt vooral bij mensen ouder dan 60 jaar vastgesteld.

Bij ruim 90% van de patiënten ontstaat de tumor vanuit het slijmvliesweefsel van de blaaswand. Men spreekt dan van een urotheelcelcarcinoom of overgangsepitheelcarcinoom.

Oorzaken blaaskanker

Over de oorzaken van blaaskanker is nog weinig bekend. Wel kennen we een paar risicofactoren waardoor sommige mensen een groter risico op blaaskanker hebben.

Roken

De belangrijkste risicofactor is roken. Men neemt aan dat bij 30 à 40% van de mensen met blaaskanker roken de oorzaak van het ontstaan van hun ziekte is. Rokers hebben ongeveer drie keer zoveel risico op blaaskanker dan niet-rokers.

Ook mensen die veel in aanraking zijn geweest met aromatisch aminen (deze kunnen de huid, ogen en bovenste luchtwegen prikkelen) hebben een groter risico op blaaskanker. Deze stoffen (met name 2-naphthylamine, 4-aminobiphenyl en benzidine) hebben een groter risico op blaaskanker. Deze stoffen werden veel gebruikt in de textiel-, plastic-, kleurstoffen- en rubberindustrie.

In beide gevallen gaat het om schadelijke stoffen die via het bloed en de nieren in de urine terechtkomen. In de blaas krijgen deze schadelijke stoffen de kans om in te werken op de blaaswand, die daardoor geïrriteerd kan raken. Waarschijnlijk speelt deze irritatie een rol bij het ontstaan van blaaskanker.

Erfelijkheid

In bepaalde families komt een erfelijke vorm van blaaskanker voor. Dat kán het geval zijn als bij twee familieleden in de eerste lijn (vader, moeder, broer of zus) blaaskanker is vastgesteld. Als dit voor u geldt, bespreek dit dan met uw behandelend arts. Deze kan u adviseren over erfelijkheidsonderzoek.

Blaaskanker is, evenals alle andere soorten kanker, niet besmettelijk. Ook via de urine is geen besmetting mogelijk.

Symptomen

Blaaskanker geeft in het beginstadium vrijwel geen klachten. Daardoor is het vaak moeilijk de ziekte in een vroeg stadium vast te stellen.

Symptomen die bij blaaskanker kunnen voorkomen zijn:

  • bloed in de urine (meestal zonder pijn)
  • pijn bij het plassen
  • vaak moeten plassen

Deze symptomen wijzen niet zonder meer op blaaskanker. Maar als u deze klachten heeft, is het verstandig naar uw huisarts te gaan. Zeker als er bloed in uw urine zit, is verder onderzoek naar de oorzaak ervan belangrijk.

Onderzoeken

Wanneer de uroloog vermoedt dat er sprake is van blaaskanker, zal hij de blaas en andere delen van de urinewegen uitgebreid onderzoeken. Ook worden bloed en urine (opnieuw) nagekeken op afwijkende cellen. Het onderzoek is gericht op de plaats van de tumor en de aard van de tumor: is het een niet-spierinvasief groeiende of spierinvasief groeiende tumor? 

Behandelingen

De behandeling van een niet-spierinvasieve blaastumor bestaat vaak uit een blaasspoeling met medicijnen of een kijkoperatie. Is de blaastumor spierinvasief dan kan de behandeling bestaan uit het verwijderen van de blaas, bestraling en/of chemotherapie. Uw arts bespreekt welke behandeling het best past bij uw persoonlijke situatie.

Expertise en ervaring

Als het gaat om aantal blaaskankeroperaties behoort het St. Antonius Kankercentrum tot de top 3 van Nederland. We zitten hiermee ruim boven de landelijke norm van 10 operaties per jaar. Doordat we zoveel patiënten met blaaskanker behandelen van binnen én buiten regio Utrecht, hebben we veel ervaring en expertise opgebouwd.

Wij hebben de resultaten van onze behandelingen inzichtelijk gemaakt in een infographic Zorgresultaten blaaskanker.

Over de blaas

Ons lichaam produceert allerlei afvalstoffen. Deze afvalstoffen worden via het bloed afgevoerd naar onder andere de nieren. Daar worden ze uit het bloed gefilterd en opgelost in water. Het resultaat is urine.

De urine komt via de urineleiders (ureters) in de blaas terecht en wordt uiteindelijk via de plasbuis (urethra) uitgeplast. De nieren, urineleiders, blaas en plasbuis vormen samen de urinewegen. 

Plasbuis, blaas, urineleiders en nieren

De urinewegen zijn vanaf de nieren aan de binnenzijde bekleed met slijmvlies, het urotheelweefsel. Urotheelweefsel komt alleen voor in de urinewegen. De blaaswand bestaat verder uit een spierlaag. Aan de buitenkant van de blaas bevinden zich een vetlaagje en enkele lymfevaten.

Toon meer

Begeleiding en advies

Na de diagnose blaaskanker krijgt u zowel lichamelijk als geestelijk veel te verwerken. Er zullen veel vragen bij u opkomen. We willen u en uw eventuele partner daar zo goed mogelijk bij steunen. In het St. Antonius Kankercentrum zijn voor patiënten met prostaatkanker drie oncologieverpleegkundigen aanwezig op de poli en twee op de verpleegafdeling.

Een dag uit het leven van een oncologieverpleegkundige

Klik hier om naar Youtube te gaan om ons filmpje te bekijken over de oncologieverpleegkundige.

Het filmpje geeft u een beeld van wat een (urologisch) oncologieverpleegkundige voor u kan betekenen.

Psychosociale begeleiding

Als u de diagnose blaaskanker krijgt, kan dit uw leven ingrijpend kan verstoren. Door de ziekte en behandeling(en) kunt u te maken krijgen met situaties waarmee u geen raad weet, ook wanneer de behandeling al enige tijd geleden heeft plaatsgevonden.

Wij kunnen u (verschillende) ondersteunende zorg bieden bijvoorbeeld door een medisch maatschappelijk werker, geestelijk verzorgers, consultatief psychiatrisch verpleegkundige, psycholoog, psychiater, fysiotherapeut, diëtist, seksuoloog, revalidatiearts of een palliatief team.

Het is belangrijk om uw problemen en vragen met uw specialist en/of verpleegkundige te bespreken, zodat zij met u kunnen kijken welke hulpverlener u het beste kan helpen.

Lees meer over psychosociale begeleiding bij kanker.

Toon meer

Revalidatie

De ziekte blaaskanker heeft grote gevolgen. Tijdens en na de behandeling kunt u last krijgen van allerlei klachten. Uw conditie gaat achteruit. Misschien bent u moe, angstig of onzeker. Sommige mensen hebben pijn, of kunnen zich minder goed concentreren. Herkent u deze klachten en/of wilt u klachten voorkomen of beperken? Dan kan revalidatie zinvol zijn.

Lees meer over onze revalidatieprogramma’s.

Toon meer

Gerelateerde informatie

Code
URO 74-OD-A