Behandelingen & onderzoeken

Schouderprothese

Bij aanhoudende klachten aan de schouder, bijvoorbeeld door artrose of instabiliteit kan het plaatsen van een schouderprothese een oplossing zijn.

Er zijn verschillende typen schouderprotheses mogelijk. Afhankelijk van uw leeftijd, de kwaliteit van de spieren en pezen en de graad van slijtage, beslist de specialist welke prothese het meest geschikt is.

Op deze pagina snel naar

Meer over schouderprothese

Soorten schouderprotheses:

  • Schouderprothese: hierbij wordt de schouderkop vervangen en indien nodig ook de schouderkom. De rotator cuff spieren rondom de schouder moeten hiervoor intact zijn en goed functioneren.

Schouderprothese
  • Reversed schouderprothese: mocht de rotator cuff niet goed functioneren of beschadigd zijn, dan wordt een omgekeerde prothese geplaatst. Bij deze prothese wordt een kop op de oorspronkelijke kom geplaatst en een kom op de plaats van de kop. Het voordeel hiervan is dat de gescheurde rotator cuff nu niet meer nodig is om de schouder te kunnen heffen. Deze functie wordt nu overgenomen door de deltaspier (musculus deltoideus).

Reversed schouderprothese

Verdoving

De operatie vindt plaats onder algehele narcose. Daarnaast verdoven we in de meeste gevallen de zenuwen naar de arm vlak voor de operatie met lokale verdoving. Dit heeft voor u als voordeel dat u genoeg heeft aan een lichtere narcose en dat u de eerste uren/nacht na de operatie minder pijn heeft.

De ingreep duurt één tot twee uur.

Voorbereiding

Regel hulp vooraf

We raden u aan om voor uw opname in het ziekenhuis al na te denken of u na de operatie thuis voldoende opvang zult hebben. De eerste zes weken na de operatie heeft u dag en nacht een armsling om, waardoor u de geopereerde arm maar zeer beperkt kunt gebruiken. Dit betekent dat u na de operatie gedeeltelijk aangewezen bent op hulp van anderen bijvoorbeeld voor het huishouden en uw boodschappen. Ook heeft u wellicht hulp nodig bij uw dagelijkse verzorging.

Regel daarnaast vervoer naar huis. Na de operatie kunt u niet zelf rijden.

Fysiotherapie

Ook als u weer thuis bent, heeft u nog fysiotherapie nodig. Neem vóór uw opname contact op met een (schouder)fysiotherapeut, zodat hij/zij ruimte voor u kan reserveren in de planning.

Overgevoeligheid/allergie

Geef het altijd aan ons door als u overgevoelig of allergisch bent voor bepaalde medicijnen of andere stoffen, bijvoorbeeld voor jodium of pleisters.

Roken

Roken vertraagt de wond- en botgenezing. Om complicaties te voorkomen, raden we u sterk aan om minstens 2 weken voor de operatie en minstens 3 weken na de operatie te stoppen met roken.

Bloedverdunnende medicijnen

Als u bloedverdunnende medicijnen gebruikt moet u hier, in overleg met uw arts, voor de ingreep soms tijdelijk mee stoppen. Uw arts geeft aan hoelang van tevoren u met de medicijnen moet stoppen. Het is belangrijk dat u ook aan de trombosedienst doorgeeft dat u een aantal dagen met uw medicijnen stopt. Voor de ingreep controleren we uw bloed. Is uw bloed dan nog te dun, dan kan de ingreep niet doorgaan en plannen we met u een nieuwe afspraak.

Voorbereiding opname

Meenemen naar het ziekenhuis

U wordt in principe opgenomen op de dag van de operatie en verblijft een nacht in het ziekenhuis. Lees meer informatie over uw opname bij Voorbereiding opname. Hier staat onder andere welke spullen u nodig heeft in het ziekenhuis.

Make-up

Zorg ervoor dat u geen make-up draagt (ook geen nagellak).

Eten en drinken (nuchter zijn)

Het is noodzakelijk dat u voor de operatie een bepaalde periode niet eet of drinkt (‘nuchter’ blijft). Dit geldt als u narcose, een ruggenprik of een zenuwblokkade krijgt. Als u niet nuchter bent tijdens de ingreep, is de kans groter dat er tijdens de ingreep eten en drinken uit uw maag in uw longen terechtkomt. Dit kan leiden tot een ernstige longontsteking. Het is dus belangrijk dat u zich aan onderstaande voorschriften houdt. Als u niet nuchter bent, zullen wij er voor uw veiligheid voor kiezen om de operatie niet door te laten gaan.

Houd u aan de onderstaande voorschriften:

  • Tot 6 uren voordat u in het ziekenhuis moet zijn mag u 1 of 2 beschuitjes met jam eten.

Dit betekent dat als u zich bijvoorbeeld om 08.00 uur ’s morgens in het ziekenhuis moet melden, u vanaf 02.00 uur ’s nachts niets meer mag eten. Moet u zich bijvoorbeeld om 14.00 uur ’s middags melden, dan mag u vanaf 08.00 uur ’s morgens niets meer eten.

  • Tot 2 uren voordat u in het ziekenhuis moet zijn mag u heldere vloeistoffen drinken. Dit zijn: water, appelsap en thee ZONDER melk.

Dit betekent dat als u zich bijvoorbeeld om 08.00 uur ’s morgens in het ziekenhuis moet melden, u vanaf 06.00 uur ’s morgens niets meer mag drinken. De afgesproken medicatie mag u wel met een slokje water innemen op de dag van de operatie.

Als u al bent opgenomen in het ziekenhuis en de volgende dag wordt geopereerd, dan zullen de zorgverleners op de afdeling u laten weten vanaf hoe laat u niet meer mag eten en drinken.

Behandeling

Op de dag van de operatie komt u naar de afdeling. Een laborant neemt bloed bij u af voor onderzoek. De verpleegkundige neemt de verpleegkundige anamnese samen met u door om te kijken of alle gegevens nog correct zijn. Vanaf de opnamezaal gaat u naar de operatiekamer.

Van de verpleging krijgt u speciale operatiekleding. Siera­den, pro­the­sen, lenzen, ge­hoorapparaten moet u bij uw spullen op de afdeling laten. Deze spullen worden tijdelijk voor u bewaard, na de operatie komen uw spullen naar de zaal waar u de resterende periode verblijft. Daarna wacht u op het moment dat u naar de operatiekamer gaat voor de operatie. Op de operatiekamer krijgt u de plaatselijke verdoving en wordt u onder narcose gebracht. Daarna volgt de ingreep.

Na de operatie

Na de operatie gaat u naar de uitslaapkamer. Hier blijft u ongeveer anderhalf uur, tot alle controles laten zien dat uw toestand stabiel is. Als u terug op de afdeling terugkomt, heeft u:

  • Een infuus, voor de toevoer van vocht.
  • Een pleister op de wondjes.
  • Omdat u een pijnblokkade heeft gehad voor de operatie, wordt bij terugkomst op afdeling direct een eigen t-shirt aangedaan om smetten in oksel te voorkomen. Hierover draagt u een sling.

Als u niet misselijk bent, mag u eten en drinken.

Nazorg

De eerste dag na de operatie

De verpleegkundige helpt u met de lichamelijke verzorging op het randje van bed. U wordt aangemoedigd  u zoveel mogelijk zelfstandig te wassen.

  • Een laborant neemt bloed bij u af.
  • Een van de zaalartsen komt  bij u langs.
  • De operatiewond wordt beoordeeld.
  • Als u geen bloedtransfusie nodig heeft, verwijdert de verpleegkundige het infuus.
  • De fysiotherapeut komt langs om oefeningen en het revalidatietraject met u door te nemen.

Dag van ontslag

U blijft gemiddeld twee nachten in het ziekenhuis. U mag naar huis als:

  • De wond droog is.
  • De pijn houdbaar is in rust en in beweging.
  • De fysiotherapeut u oefeningen en instructies heeft gegeven.
  • De zaalarts u hiervoor toestemming geeft.

Als u nog vragen hebt, stel ze dan gerust.

U krijgt het volgende mee:

  • Een afspraak voor het verwijderen van de hechtingen (tot die tijd mag u niet douchen in verband met de kans op een infectie).
  • Een afspraak voor controle bij de orthopeed.
  • Een verwijsbrief en overdracht voor uw fysiotherapeut.
  • Pijnstilling.
  • De verpleegkundige neemt de leefregels voor thuis met u door en geeft u een overzicht mee van deze leefregels.

Herstel na uw operatie

De hoeveelheid pijn na het plaatsen van een schouderprothese is erg wisselend. Als u veel pijn ervaart mag u een extra pijnstiller nemen naast een standaarddosering. De pijn neemt binnen enkele weken af. De volledige genezing duurt enkele maanden. In die periode kunt u uw schouder langzaamaan steeds verder bewegen en meer belasten.

Belasting van uw schouder

De eerste zes weken na de operatie heeft de schouder rust nodig en moet u dag en nacht een sling gebruiken. U verwijdert deze alleen bij zelfverzorging en tijdens het oefenen. De verpleegkundige/fysiotherapeut helpt u bij het verwijderen en weer plaatsen van de sling en leert u hoe u dit thuis zelf kunt doen. Na 6 weken mag u het dragen van de sling afbouwen.

Bij de uitbreiding van de bewegingen wordt u begeleid door een fysiotherapeut. De eerste paar weken na het verwijderen van de sling is het verstandig de geopereerde arm alléén te gebruiken voor lichte activiteiten onder schouderhoogte, zoals eten, wassen en schrijven. Activiteiten met uw arm boven schouderhoogte en zwaardere activiteiten onder schouderhoogte, zoals tillen van zware voorwerpen, moet u nu nog vermijden.

Fysiotherapie

U start de eerste dag na de operatie met het oefenprogramma onder leiding van de fysiotherapeut van het ziekenhuis. De fysiotherapeut legt u uit hoe u de oefeningen moet uitvoeren,  zodat u ze daarna thuis zelfstandig kunt uitvoeren. Hoe ver u mag gaan leert u van de fysiotherapeut.

Het oefenen

Tijdens het oefenen en bij het wassen / aankleden kunt u de arm uit de sling halen. U mag de volgende bewegingen maken: slinger en zwaaibewegingen, oefeningen voor elleboog, pols en vingers. Denkt u daarbij u aan het volgende:

  • Oefen minimaal drie keer per dag.
  • Vaker en kort oefenen is beter dan minder vaak en lang.
  • In de eerste weken is de manier waarop u beweegt belangrijker dan de grootte van de beweging.

Door de oefeningen mag u niet nog meer pijn voelen.

Controlemomenten

Twee weken na de operatie komt u op de polikliniek voor controle en het verwijderen van de hechtingen. De tweede controle vindt plaats na zes weken. Uw orthopeed zal dan met u de verdere uitbreiding van uw activiteiten bespreken.

Contact opnemen

Heeft u na de behandeling problemen of dringende vragen? Neem dan gerust contact met ons op. Op werkdagen van 09.00 tot 16.30 uur belt u naar Orthopedie. Buiten werktijden: belt u de huisartsenpost.

Neem in de volgende gevallen sowieso contact met ons op:

  • Hoge koorts
  • Mogelijke ontsteking (wondlekkage, warme schouder)
Code
ORT 70-B